Pte
Leo Victor Curley
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 12/04/1897 |
|
Geboorteplaats: Halifax, Nova Scotia, Canada |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: 68 Maitland Street, Halifax, Nov Scotia, Canada |
|
Beroep: Klerk - Bediende |
|
Geloof: Rooms-katholiek |
Informatie legerdienst
|
Land: Canada |
|
Strijdmacht: Canadian Expeditionary Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 282073 |
|
Dienstneming datum: 01/03/1916 |
|
Dienstneming plaats: Halifax, Nova Scotia, Canada |
|
Eenheden: — Canadian Infantry, 85th Bn. (Nova Scotia Highlanders) (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 30/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Vienna Cottages - Stein Hof, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 20 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XXXVI Rij: E Graf: 22 |
Onderscheidingen en medailles 2
|
British War Medal Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 4
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Leo Victor Curley werd in april 1897 geboren in Halifax, Nova Scotia, waar hij woonde en werkte. In maart 1916 nam de jonge klerk dienst in het Canadese Expeditieleger. Zijn broers Daniel en Joseph dienden eveneens. Hij werd uiteindelijk ingedeeld bij het 85e Bataljon, beter bekend als de Nova Scotia Highlanders, onderdeel van de 12e Canadese Brigade van de 4e Canadese Divisie.
Op 28 oktober 1917 verliet de 4e Canadese Divisie het kamp bij Ieper en trok naar het front, waar ze het 44e Bataljon aflosten bij Keerselaarhoek, tussen Decline Copse aan de spoorlijn en de Passendalestraat. De 29e oktober brachten de mannen door in granaattrechters en smalle loopgraven, ter voorbereiding op de aanval van de volgende dag.
Op 30 oktober 1917 hervatten de Canadezen de aanval op Passendale. Het 85e Bataljon (Nova Scotia Highlanders) volgde de spoorlijn Ieper–Roeselare richting Vienna Cottages — voor de oorlog een verzameling huisjes, genesteld tegen de spoorweg. Het gehucht was herleid tot een aaneenschakeling van granaattrechters. De Highlanders kregen het zwaar te verduren: de kanonnen die de aanval moesten dekken, zakten weg in de modder en konden nauwelijks ondersteuning bieden. Zodra de Highlanders zich uit het slijk losmaakten, kwamen ze meteen onder hevig vuur te liggen. Maar onstuitbaar was de storm voorwaarts. In ruil voor de stinkende putten bij Vienna Cottages werd de helft van de Highlanders gedood, vermist of gewond. Nog voor hun terugkeer naar Canada plaatste het 85e Bataljon een gedenkzuil op wat ongeveer hun vertrekpositie was geweest.
De 21-jarige Leo sneuvelde op 30 oktober 1917. Hij kreeg een veldgraf nabij Vienna Cottages. Na de oorlog werd hij herbegraven op Tyne Cot Cemetery, perceel XXXVI, rij E, graf 22.
Op 28 oktober 1917 verliet de 4e Canadese Divisie het kamp bij Ieper en trok naar het front, waar ze het 44e Bataljon aflosten bij Keerselaarhoek, tussen Decline Copse aan de spoorlijn en de Passendalestraat. De 29e oktober brachten de mannen door in granaattrechters en smalle loopgraven, ter voorbereiding op de aanval van de volgende dag.
Op 30 oktober 1917 hervatten de Canadezen de aanval op Passendale. Het 85e Bataljon (Nova Scotia Highlanders) volgde de spoorlijn Ieper–Roeselare richting Vienna Cottages — voor de oorlog een verzameling huisjes, genesteld tegen de spoorweg. Het gehucht was herleid tot een aaneenschakeling van granaattrechters. De Highlanders kregen het zwaar te verduren: de kanonnen die de aanval moesten dekken, zakten weg in de modder en konden nauwelijks ondersteuning bieden. Zodra de Highlanders zich uit het slijk losmaakten, kwamen ze meteen onder hevig vuur te liggen. Maar onstuitbaar was de storm voorwaarts. In ruil voor de stinkende putten bij Vienna Cottages werd de helft van de Highlanders gedood, vermist of gewond. Nog voor hun terugkeer naar Canada plaatste het 85e Bataljon een gedenkzuil op wat ongeveer hun vertrekpositie was geweest.
De 21-jarige Leo sneuvelde op 30 oktober 1917. Hij kreeg een veldgraf nabij Vienna Cottages. Na de oorlog werd hij herbegraven op Tyne Cot Cemetery, perceel XXXVI, rij E, graf 22.
Bronnen 6
|
"Has Three Sons In The Great War” (Halifax, Halifax Evening Mail, April 1917). Gebruikte bronnen |
|
"Private Curley Is Killed in Battle” (Halifax, Halifax Evening Mail, November 1917). Gebruikte bronnen |
|
Hayes J., The Eighty-Fifth in France and Flanders, (Halifax, Royal Print & Litho Limited, 1922), 90-96. Gebruikte bronnen |
|
McCarthy Chris., Passchendaele. The Day-by-Day Account (London, Unicorn Publishing Group, 2018) 153. Gebruikte bronnen |
|
Personnel Records of the First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG 150, Accession 1992-93/166, Box 2224 - 51). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
War diaries: 85th Canadian Infantry Battalion (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG9-III-D-3, Volume number: 4944, Microfilm reel number: T-10751--T-10752, File number: 454). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/462457 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=c34f8ca6-21f0-43ac-9012-8b9fbe21839f |
|
The Canadian Virtual War Memorial https://www.veterans.gc.ca/en/remembrance/memorials/canadian-virtual-war-memorial/detail/462457 |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/5606353 |