OLt - SLt
Louis Guillaume Chevalier

Informatie over geboorte

Geboortedatum:
15/04/1888
Geboorteplaats:
Chénérailles, Creuse, Frankrijk

Algemene Informatie

Laatst gekende woonplaats:
Clermont-Ferrand, Puy-de-Dôme, Frankrijk
Beroep:
Magistraat Rekenkamer
Geloof:
Rooms-katholiek

Informatie legerdienst

Land:
Frankrijk
Strijdmacht:
Franse leger
Rang:
Onderluitenant
Service nummer:
782
Dienstneming datum:
03/08/1914
Dienstneming plaats:
Clermont-Ferrand, Puy-de-Dôme, Frankrijk
Eenheden:
 —  92e régiment d'infanterie  (Laatst gekende eenheid)

Informatie over overlijden

Datum van overlijden:
16/02/1949
Plaats van overlijden:
Parijs, Frankrijk
Doodsoorzaak:
Overlijden na de oorlog (niet gerelateerd)
Leeftijd:
60

Begraafplaats of gedenkplaats

Er is geen begraafplaats of gedenkplaats bekend van deze militair.

Onderscheidingen en medailles 2

Points of interest 5

#1 Geboorteplaats
#2 Laatst gekende woonplaats
#3 Dienstneming plaats
#4 Plaats van verwonding
#5 Plaats van overlijden (bij benadering)

Mijn verhaal

Louis Guillaume Chevalier werd geboren in september 1888 in Chénérailles, een versterkt stadje in de Creuse, aan de voet van het Centraal Massief. Hij was de zoon van Pierre Chevalier, een handelsreiziger, en Marie Antoinette Beauvais. Louis doorliep zijn legerdienst bij het 92e régiment d’infanterie in Clermont-Ferrand en verliet het leger in september 1911 met de graad van korporaal. Op 3 augustus 1914, een dag voor de Duitse inval in België, werd hij opnieuw opgeroepen bij het régiment d’Auvergne. Hij werd snel bevorderd tot adjudant en in september tot onderluitenant.

Begin november 1914 stond het Britse front bij Ieper op het punt te bezwijken. In allerijl stuurden de Fransen versterkingen. Het 32e corps d’armée snelde vanuit de Oise te hulp met twee divisies, de 25e en 26e. Het 92e regiment, behorend tot de 26e divisie, werd eveneens naar Vlaanderen gestuurd om een Duitse doorbraak te voorkomen.

Op 12 november raakten de gebeurtenissen in een stroomversnelling. De Franse stellingen bij Broodseinde, op de hoogten ten oosten van Ieper, werden overrompeld. Een doorbraak werd ternauwernood vermeden. Franse artillerie, opgesteld voor Zonnebeke aan de voet van de heuvelrug, bleef de kam onophoudelijk beschieten, waardoor de Duitsers afzagen van een verdere aanval.

Op 13 november bleef de situatie kritiek, en de eerste drie bataljons van het 92e regiment — aanvankelijk op weg naar Diksmuide — werden in allerijl naar Broodseinde gestuurd. De sectie onder leiding van onderluitenant Chevalier maakte deel uit van de 9e compagnie van het 3e bataljon.

“Het is zeer moeilijk vooruit te komen, want de wegen zijn kapot, modderig en volgestouwd met colonnes en troepen… we trekken een beetje buiten de stad door een wijk die minder geleden heeft.”

Onderweg naar Zonnebeke werd een half uur halt gehouden in de stromende regen:

“We maken van de gelegenheid gebruik om een koude maaltijd te nemen… we zien dat onze bestemming de laaiende hel voor ons is… en de vele groepen gewonden die terugkomen.”

Bij een hulppost in een huisje kreeg Chevalier warme thee en sprak met enkele gewonden, waaronder Engelse soldaten die hem waarschuwden:

“De loopgraven zijn erg gevaarlijk en de kogels komen van alle kanten, nog afgezien van de granaten.”

“Om 2 uur vertrekken we weer… in de greppel zakken we tot onze knieën weg in de modder.”

Bij de eerste huizen van Zonnebeke namen de beschietingen toe:

“Het is angstaanjagend; de granaten ontploffen zonder onderbreking… bij elke sprong geeft het gefluit van de granaten me het gevoel dat ik zal worden verpletterd. Mijn sectie verliest verschillende mannen; de kwartiermeester en de sergeant-majoor raken gewond en ikzelf kreeg een zware klap tegen mijn rechteroksel; ik kan mijn arm niet meer bewegen.”

Het 1e bataljon veroverde met de bajonet het kruispunt van Broodseinde en enkele huizen ten noorden ervan. Een sectie mitrailleurs die zich daar probeerde te installeren, werd vrijwel volledig uitgeschakeld door artillerievuur.

Het 3e bataljon viel tegelijkertijd ten zuiden van het kruispunt aan: de 11e compagnie voorop, de 12e rechts en de 9e compagnie, waartoe Chevalier behoorde, ter ondersteuning.

“Bij het verlaten van het dorp… we zijn zo met modder bedekt dat niemand nog de kleur van onze uniformen kan raden.”

De 11e compagnie veroverde een Duitse loopgraaf honderd meter ten zuiden van het kruispunt, maar de aanval van de 12e compagnie stokte nadat haar commandant was gesneuveld. De 9e compagnie kreeg het bevel de 12e compagnie te ondersteunen en opnieuw aan te vallen richting Droogenbroodhoek en Keiberg, maar werd teruggeslagen door hevig machinegeweervuur.

“Ik rende naar mijn mannen… terwijl ik riep ‘Vooruit!’, sprong ik als eerste over de loopgraaf. De hele sectie volgde me schitterend.”

Chevalier werd zwaar gewond tijdens de aanval:

“Nauwelijks had ik de loopgraaf overschreden of ik kreeg drie kogels in mijn rechterhand… daarna trof een shrapnel mijn linkerzijde; mijn been werd meteen verlamd en ik viel… in een granaattrechter die me waarschijnlijk voor nog veel meer projectielen beschermde.”

De tegenaanval van het régiment d’Auvergne heroverde het kruispunt, maar verder oprukken richting oosten was onmogelijk. Met zware verliezen consolideerde het regiment zijn posities: 51 doden, 273 gewonden, 59 vermisten. Zes officieren, waaronder de kolonel, sneuvelden die dag; tientallen anderen raakten gewond.

Het 92e regiment d’infanterie bleef tot 20 november bij Broodseinde, waar het meerdere aanvallen en tegenaanvallen doorstond. Passendale, Zonnebeke en omliggende gehuchten werden stukje bij beetje vernietigd, de frontlijn golfde heen en weer tot uiteindelijk alleen de namen overbleven.

De oorlog van Louis was voorbij. Hij bracht vervolgens vier jaar door in ziekenhuizen en militaire zorginstellingen, onderging meerdere operaties en verloor het gebruik van zijn linkerbeen. Met een brace kon hij nauwelijks lopen; zijn rechterhand bleef grotendeels verlamd. Ondanks zijn handicaps en constante pijn leidde hij een waardig leven, voedde drie kinderen op en maakte carrière bij het Rekenhof in Parijs. In februari 1949, uitgeput door lijden en verslechterende gezondheid, maakte hij een einde aan zijn leven.

Bronnen 5

Bureau central des archives administratives du ministère de la Défense (Archives départementales de Puy-de-Dôme, R 3493 Vol. 2, n° 501 à 1000).
https://www.archivesdepartementales.puy-de-dome.fr/ark:/72847/vta9cf1bcd7806d46d6/daogrp/0/274
Gebruikte bronnen
Chevalier C., Premiere Bataille d'Ypres Octobre – Novembre 1914. Complément au journal de Louis CHEVALIER (2024).
Gebruikte bronnen
Cour des comptes: Dictionnaire historique, généalogique et biographique (1807-1947), ("CHEVALIER Louis Guillaume", geraadpleegd op 27.11.2025).
https://www.ccomptes.fr/fr/biographies/chevalier-louis-guillaume
Gebruikte bronnen
Deseyne A., De vergeten winter 1914-15 (Wondelgem, s.n., 1983) 271 p.
Gebruikte bronnen
Journal de marches et d'opérations: 92e régiment d'infanterie (Direction des Patrimoines, de la Mémoire et des Archives, Paris (DPMA), 26 N 669/1).
https://www.memoiredeshommes.defense.gouv.fr/
Gebruikte bronnen