Pte
Horace Edgar Haywood
Informatie over geboorte
|
Geboortejaar: 1891 |
|
Geboorteplaats: Beighton, Yorkshire, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: 40 Church Street, Chesterfield, Derbyshire, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
|
Beroep: Schrijnwerker |
Informatie legerdienst
|
Land: Engeland, Verenigd Koninkrijk |
|
Strijdmacht: British Expeditionary Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 43233 |
|
Dienstneming datum: 20/11/1915 |
|
Dienstneming plaats: Sheffield, Yorkshire, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
|
Eenheden: — Royal Irish Fusiliers, 9th Bn. (County Armagh) (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 16/08/1917 |
|
Plaats van overlijden: Somme - Wiesengut, Sint-Juliaan, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 26 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: IV Rij: E Graf: 3 |
Onderscheidingen en medailles 2
|
British War Medal Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 4
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Horace Edgar Haywood werd rond 1891 geboren in Beighton, Yorkshire. In november 1915 nam Horace dienst. Hij woonde bij zijn ouders in Chesterfield, Derbyshire, even ten zuiden van Sheffield. Thomas werkte er als schrijnwerker.
Horace diende vanaf juli 1916 voor het eerst aan het Westelijk Front bij het 3e Bataljon Sherwood Foresters, maar werd al snel toegevoegd aan het 9e Bataljon (County Armagh) van de Royal Irish Fusiliers, dat deel uitmaakte van de 108e Brigade in de 36e (Ulster) Divisie.
Tijdens de Slag bij Passendale, op 16 augustus 1917, verzamelden de 9th Royal Irish Fusiliers zich in een oude loopgraaf die liep van Pommern Redoubt — het hoofdkwartier van het bataljon — naar Iberian Farm. Hun opdracht: oprukken naar de weg Zonnebeke–Langemark, zo’n 1,5 kilometer verderop.
Enkele ogenblikken nadat ze achter het spervuur oprukten, werden de mannen al opgehouden bij Hill 35. Maar ondanks aanhoudend machinegeweervuur vanuit Somme en Gallipoli, slaagde het bataljon erin Hill 35 in te nemen. Ondertussen ging het contact met de 7/8th Royal Irish Fusiliers verloren, terwijl het artillerievuur verder rolde en de manschappen steeds meer blootstelde aan Duits vuur.
Een peloton bleef achter om Hill 35 te consolideren, terwijl de aanval werd voortgezet. De Fusiliers rukten verder op tot ze stuitten op een dubbele rij prikkeldraad bij Gallipoli, ten noorden van Hill 35. De draad was slechts op één of twee plaatsen vernietigd, waardoor de mannen zich erdoorheen moesten wurmen. Juist op die bottlenecks richtten Duitse mitrailleurs hun vuur — vanuit dug-outs in Gallipoli, Aisne Farm en Martha House ten noorden van Hill 35, én vanaf Hill 37 ten oosten, langs de weg Zonnebeke–Langemark. De gevolgen waren verwoestend.
Verder oprukken bleek onmogelijk. Het bataljon werd gedwongen zich terug te trekken en consolideerde zijn posities in een loopgraaf vóór Hill 35. Maar ook daar maakte aanhoudend mitrailleurvuur vanaf Hill 37 de positie onhoudbaar. Ze trokken opnieuw terug, dit keer naar een loopgraaf op de zuidflank van Hill 35.
Die positie sloot aan op de linies van de 16th (Irish) Division, rechts van hen. Maar toen ook die divisie werd teruggedrongen door Duitse tegenaanvallen, kwam de rechterflank van de Fusiliers bloot te liggen. Vanuit Iberian Farm, ten zuiden van Hill 35, werden ze in de flank onder vuur genomen door Duitse mitrailleurs. Zonder enige dekking meer aan hun rechterzijde moesten de 9th Royal Irish Fusiliers zich uiteindelijk terugtrekken naar hun oorspronkelijke linies. De aanval was een complete mislukking.
Horace, pas 26 jaar oud, sneuvelde tijdens de aanval op Hill 35. De dag voordien had hij nog een brief naar huis gestuurd. Hij werd aanvankelijk begraven in het veld bij Somme. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot IV, Rij E, Graf 3.
Horace diende vanaf juli 1916 voor het eerst aan het Westelijk Front bij het 3e Bataljon Sherwood Foresters, maar werd al snel toegevoegd aan het 9e Bataljon (County Armagh) van de Royal Irish Fusiliers, dat deel uitmaakte van de 108e Brigade in de 36e (Ulster) Divisie.
Tijdens de Slag bij Passendale, op 16 augustus 1917, verzamelden de 9th Royal Irish Fusiliers zich in een oude loopgraaf die liep van Pommern Redoubt — het hoofdkwartier van het bataljon — naar Iberian Farm. Hun opdracht: oprukken naar de weg Zonnebeke–Langemark, zo’n 1,5 kilometer verderop.
Enkele ogenblikken nadat ze achter het spervuur oprukten, werden de mannen al opgehouden bij Hill 35. Maar ondanks aanhoudend machinegeweervuur vanuit Somme en Gallipoli, slaagde het bataljon erin Hill 35 in te nemen. Ondertussen ging het contact met de 7/8th Royal Irish Fusiliers verloren, terwijl het artillerievuur verder rolde en de manschappen steeds meer blootstelde aan Duits vuur.
Een peloton bleef achter om Hill 35 te consolideren, terwijl de aanval werd voortgezet. De Fusiliers rukten verder op tot ze stuitten op een dubbele rij prikkeldraad bij Gallipoli, ten noorden van Hill 35. De draad was slechts op één of twee plaatsen vernietigd, waardoor de mannen zich erdoorheen moesten wurmen. Juist op die bottlenecks richtten Duitse mitrailleurs hun vuur — vanuit dug-outs in Gallipoli, Aisne Farm en Martha House ten noorden van Hill 35, én vanaf Hill 37 ten oosten, langs de weg Zonnebeke–Langemark. De gevolgen waren verwoestend.
Verder oprukken bleek onmogelijk. Het bataljon werd gedwongen zich terug te trekken en consolideerde zijn posities in een loopgraaf vóór Hill 35. Maar ook daar maakte aanhoudend mitrailleurvuur vanaf Hill 37 de positie onhoudbaar. Ze trokken opnieuw terug, dit keer naar een loopgraaf op de zuidflank van Hill 35.
Die positie sloot aan op de linies van de 16th (Irish) Division, rechts van hen. Maar toen ook die divisie werd teruggedrongen door Duitse tegenaanvallen, kwam de rechterflank van de Fusiliers bloot te liggen. Vanuit Iberian Farm, ten zuiden van Hill 35, werden ze in de flank onder vuur genomen door Duitse mitrailleurs. Zonder enige dekking meer aan hun rechterzijde moesten de 9th Royal Irish Fusiliers zich uiteindelijk terugtrekken naar hun oorspronkelijke linies. De aanval was een complete mislukking.
Horace, pas 26 jaar oud, sneuvelde tijdens de aanval op Hill 35. De dag voordien had hij nog een brief naar huis gestuurd. Hij werd aanvankelijk begraven in het veld bij Somme. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot IV, Rij E, Graf 3.
Bronnen 6
|
9 Battalion Royal Irish Fusiliers (The National Archives, Kew (TNA), WO 95/2505/2). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
Census Returns of England and Wales, 1911 (The National Archives, Kew (TNA), RG14). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
Cunliffe, M., Passchendaele: The Royal Irish Fusiliers : 1793-1968. (Oxford, Oxford University Press, 1970) 324-327. Gebruikte bronnen |
|
Harris, H., The Royal Irish Fusiliers (the 87th and 89th Regiments of Foot). (London, Leo Cooper, 1972) 100-103. Gebruikte bronnen |
|
McCarthy Chris, Passchendaele: The Day-By-Day Account (Londen, Arms & Armour, 2018) 52-55. Gebruikte bronnen |
|
War Office: Soldiers' Documents (The National Archives, Kew (TNA) WO 363). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 3
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/463125 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=6077eb3c-decf-497e-832b-9645486b5ac8 |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/1804295 |