Sld
Juliaan Victor Hoet
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 26/11/1896 |
|
Geboorteplaats: Roeselare, West-Vlaanderen, België |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Cahors, Lot, Frankrijk |
|
Beroep: Metselaar |
|
Geloof: Rooms-katholiek |
Informatie legerdienst
|
Land: België |
|
Strijdmacht: Belgisch leger |
|
Rang: Soldaat Tweede Klasse |
|
Service nummer: 2346 |
|
Eenheden: — 3de Regiment Karabiniers - 3ème Régiment de Carabiniers (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 30/09/1918 |
|
Plaats van overlijden: Heuvel 52, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 21 |
Begraafplaats
|
Roeselare Communal Cemetery Plot: Belgisch militair ereperk Rij: 17 Graf: 9 |
Onderscheidingen en medailles 1
Points of interest 3
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Juliaan Victor werd eind november 1896 geboren in Roeselare, West-Vlaanderen. Hij was het derde kind van metser Edmond Hoet en huisvrouw Valeriana Rosa Vancalbergh. Het gezin telde in totaal tien kinderen, waarvan er maar liefst negen vroegtijdig zouden overlijden. Net als zijn vader ging Juliaan aan de slag als metser in de regio Roeselare.
Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 vluchtte de familie richting Frankrijk. Uiteindelijk belandden ze in de eeuwenoude stad Cahors aan de Lot, in het zuidwesten van het land, bekend om haar donkere, volle Malbec-wijnen.
In 1916 werden jonge Belgische mannen op de vlucht die dat jaar twintig werden, opgeroepen voor het Belgische leger, dat aan de IJzer verwikkeld was in een slopende stellingenoorlog. Juliaan werd ingedeeld bij de 7de Compagnie van het 3e Regiment Karabiniers, onderdeel van de 19e Brigade van de 6e Divisie.
Hij nam deel aan het Eindoffensief dat op 28 september 1918 in Vlaanderen, op een boogscheut van zijn geboortestad, begon. Het Belgische leger, ondersteund door Britse en Franse eenheden, probeerde de Duitse verdediging op de hoogten van Passendale en Westrozebeke te doorbreken om richting Roeselare op te rukken, maar een beslissende doorbraak bleef aanvankelijk uit.
Na een kille en regenachtige nacht werd het offensief op 29 september hervat, zonder dat er sprake was geweest van bevoorrading of aflossing van de infanterie. Net als de artillerie kon ook de logistiek de troepen moeilijk volgen. Het veroverde terrein was omgewoeld en modderig; wegen waren onbruikbaar of lagen onder vrijwel constant Duits vuur.
De 6e Divisie kreeg de opdracht, samen met de 1e, 2e, 3e en 4e Karabiniers, de Duitse weerstand rond Westrozebeke op te ruimen. Het dorp werd in de ochtend bereikt door de 4e Karabiniers, maar op de omliggende hoogtes hadden de Duitsers zich stevig ingegraven. Zonder voldoende artilleriesteun beheersten Duitse machinegeweernesten het open terrein rond Westrozebeke.
Het 3e Regiment Karabiniers liep vast op de hoogtes van Heuvel 52, ten zuiden van het dorp, langs de weg Westrozebeke–Passendale. De 7de, 1ste en 9de Compagnie voerden herhaaldelijk aanvallen uit op de heuvelkam, maar werden telkens uiteengeslagen door geconcentreerd mitrailleurvuur en Duitse artillerie. Aan het einde van de tweede dag was de omgeving van Westrozebeke nog steeds niet volledig ontdaan van Duitse weerstand, die de nacht gebruikten om zich terug te trekken op de verdedigingslinie Flandern I, voor Roeselare.
Maandag 30 september werd de opmars hervat. De uitgeputte Karabiniers van de 6e Divisie werden in reserve gehouden, achter de Jagers en Grenadiers van de 12e Divisie die richting Roeselare oprukten. Eens over de heuvelkam maakte het kraterlandschap van het front plaats voor groene velden, met ogenschijnlijk intacte dorpen en kerktorens. Na jaren van stellingenoorlog leek de bewegingsoorlog hervonden, maar ook dit bleek ijdele hoop. Begin oktober zou het offensief opnieuw vastlopen op de versterkte Duitse verdedigingslinie Flandern I, voor Roeselare en Menen.
Juliaan Victor Hoet, nog geen 22 jaar oud, werd op 30 september 1918 als gesneuveld opgegeven. Kort na zijn dood werd hij begraven in een Belgisch massagraf nabij Heuvel 52, aan de Goudberg, tussen Passendale en Westrozebeke. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op het Belgisch militair ereperk van de stedelijke begraafplaats van zijn thuisstad Roeselare, rij 17, graf 9.
Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 vluchtte de familie richting Frankrijk. Uiteindelijk belandden ze in de eeuwenoude stad Cahors aan de Lot, in het zuidwesten van het land, bekend om haar donkere, volle Malbec-wijnen.
In 1916 werden jonge Belgische mannen op de vlucht die dat jaar twintig werden, opgeroepen voor het Belgische leger, dat aan de IJzer verwikkeld was in een slopende stellingenoorlog. Juliaan werd ingedeeld bij de 7de Compagnie van het 3e Regiment Karabiniers, onderdeel van de 19e Brigade van de 6e Divisie.
Hij nam deel aan het Eindoffensief dat op 28 september 1918 in Vlaanderen, op een boogscheut van zijn geboortestad, begon. Het Belgische leger, ondersteund door Britse en Franse eenheden, probeerde de Duitse verdediging op de hoogten van Passendale en Westrozebeke te doorbreken om richting Roeselare op te rukken, maar een beslissende doorbraak bleef aanvankelijk uit.
Na een kille en regenachtige nacht werd het offensief op 29 september hervat, zonder dat er sprake was geweest van bevoorrading of aflossing van de infanterie. Net als de artillerie kon ook de logistiek de troepen moeilijk volgen. Het veroverde terrein was omgewoeld en modderig; wegen waren onbruikbaar of lagen onder vrijwel constant Duits vuur.
De 6e Divisie kreeg de opdracht, samen met de 1e, 2e, 3e en 4e Karabiniers, de Duitse weerstand rond Westrozebeke op te ruimen. Het dorp werd in de ochtend bereikt door de 4e Karabiniers, maar op de omliggende hoogtes hadden de Duitsers zich stevig ingegraven. Zonder voldoende artilleriesteun beheersten Duitse machinegeweernesten het open terrein rond Westrozebeke.
Het 3e Regiment Karabiniers liep vast op de hoogtes van Heuvel 52, ten zuiden van het dorp, langs de weg Westrozebeke–Passendale. De 7de, 1ste en 9de Compagnie voerden herhaaldelijk aanvallen uit op de heuvelkam, maar werden telkens uiteengeslagen door geconcentreerd mitrailleurvuur en Duitse artillerie. Aan het einde van de tweede dag was de omgeving van Westrozebeke nog steeds niet volledig ontdaan van Duitse weerstand, die de nacht gebruikten om zich terug te trekken op de verdedigingslinie Flandern I, voor Roeselare.
Maandag 30 september werd de opmars hervat. De uitgeputte Karabiniers van de 6e Divisie werden in reserve gehouden, achter de Jagers en Grenadiers van de 12e Divisie die richting Roeselare oprukten. Eens over de heuvelkam maakte het kraterlandschap van het front plaats voor groene velden, met ogenschijnlijk intacte dorpen en kerktorens. Na jaren van stellingenoorlog leek de bewegingsoorlog hervonden, maar ook dit bleek ijdele hoop. Begin oktober zou het offensief opnieuw vastlopen op de versterkte Duitse verdedigingslinie Flandern I, voor Roeselare en Menen.
Juliaan Victor Hoet, nog geen 22 jaar oud, werd op 30 september 1918 als gesneuveld opgegeven. Kort na zijn dood werd hij begraven in een Belgisch massagraf nabij Heuvel 52, aan de Goudberg, tussen Passendale en Westrozebeke. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op het Belgisch militair ereperk van de stedelijke begraafplaats van zijn thuisstad Roeselare, rij 17, graf 9.
Bronnen 3
|
Geboorteakte (Stadsarchief Roeselare (SAR)). https://www.stadsarchiefroeselare.be/ Gebruikte bronnen |
|
Verspreet J. (red.), Kroniek van de Belgische Regimenten Karabiniers 1830-1992: Deel 2 De Karabiniers tijdens de Grote Oorlog 1914-1918 (Evere, Printing House of Defence, 2003) pg. 154-158. Gebruikte bronnen |
|
Weemaes M., Van de IJzer tot Brussel: Het Bevrijdingsoffensief van het Belgische Leger 28 september 1918 (Marcinelle, Maison d'Edition, 1972) pg. 115-117. Gebruikte bronnen |
Meer informatie 2
|
Belgian War Dead Register https://wardeadregister.be/nl/soldier/22723 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=603EFC05-297B-11D2-B12B-BE2CDE1F7030 |