Pte
William Smith Wallace

Informatie over geboorte

Geboortejaar:
1895
Geboorteplaats:
Bouth, Lancashire, Engeland, Verenigd Koninkrijk

Algemene Informatie

Laatst gekende woonplaats:
Barrow-in-Furness, Lancashire, Engeland, Verenigd Koninkrijk
Beroep:
Paardenmenner

Informatie legerdienst

Land:
Schotland, Verenigd Koninkrijk
Strijdmacht:
British Expeditionary Force
Rang:
Private
Service nummer:
30136
Dienstneming datum:
07/01/1915
Dienstneming plaats:
Preston, Lancashire, Engeland, Verenigd Koninkrijk
Eenheden:
 —  Royal Scots Fusiliers, 1st Bn.  (Laatst gekende eenheid)

Informatie over overlijden

Datum van overlijden:
26/09/1917
Plaats van overlijden:
Windmill Cabaret - Kleynmolen, Zonnebeke, België
Doodsoorzaak:
Killed in action (K.I.A.)
Leeftijd:
22

Begraafplaats

Tyne Cot Cemetery
Plot: XXV
Rij: A
Graf: 13

Onderscheidingen en medailles 3

1914-15 Star
Medaille
British War Medal
Medaille
Victory Medal
Medaille

Points of interest 4

#1 Geboorteplaats
#2 Laatst gekende woonplaats
#3 Dienstneming plaats
#4 Plaats van overlijden (bij benadering)

Mijn verhaal

William Smith Wallace werd geboren omstreeks 1895 in Bouth, Lancashire, Engeland, Verenigd Koninkrijk. Hij was de zoon van Andrew Wood en Maggie Smith. Voor zijn indiensttreding werkte hij als paardenmenner. Op 7 januari 1915 nam hij op 19-jarige leeftijd dienst in Preston, Lancashire. Hij werd initieel ingedeeld in het 8th Battalion Royal Scots Fusiliers en diende in Salonika aan het Balkonfront. Op 9 mei 1917 kwam hij aan in Frankrijk en op 26 mei werd hij overgeplaatst naar het 1st Battalion Royal Scots Fusiliers, 8th Brigade, 3rd (Iron) Division.

William sneuvelde op 26 september 1917 tijdens de Slag om het Polygoonbos, deel van de Slag bij Passendale. Het startlijnen van de divisie bevonden zich nabij Tulip Cotts en liepen tot Potsdam. Het eerste in te nemen doel werd gevormd door de lijn van Van Isackere Farm tot Mühle om daarna door te stoten tot de lijn van Levi Cotts tot Tokio.

In de avond van 25 september trok het 1st Battalion Royal Scots Fusiliers vanuit Ieper, langs de Ieper-Zonnebeekseweg, richting de verzamelposities. Tijdens die opmars kregen de manschappen artillerievuur te verduren, met de eerste slachtoffers als gevolg. De dag erop, rond 3u, waren de manschappen in de verzamelposities. De aanval zou uitgevoerd worden in twee golven: de eerste groep bestond uit het 2nd Battalion Royal Scots op de rechterflank en het 8th Battalion East Yorkshire Regiment op de linkerflank. Een tweede golf werd gevormd door het 1st Battalion Royal Scots Fusiliers op de rechterflank en de 7th Battalion King's Shropshire Light Infantry op de linkerflank. Eens de aanvallende bataljons uit de eerste golf de eerste doelen hadden ingenomen, zou de tweede aanvalsgolf hen passeren en oprukken naar de tweede doelen.

De aanval begon om 5u50 met een spervuur waarachter de eerste aanvalsgolf oprukte. Beide bataljons bereikten hun doelstellingslinie omstreeks 7u30, waarna de tweede aanvalsgolf hun opmars startte. De Royal Scots Fusiliers rukten op richting Hill 40. Zij kwamen echter in een ondoordringbaar moeras terecht en moesten zich opsplitsen om het te kunnen passeren. Nadat de troepen zich hadden gehergroepeerd, kwamen ze onder Duits machinegeweervuur vanuit Hill 40 te liggen. De manschappen groeven zich in op een linie lopend van nabij Zonnebeke Station tot Levi Cottages met het middelpunt grenzend op de westelijke helling van Hill 40. Om 17u30 werden bevelen uitgestuurd om de aanval verder te zetten om 18u30. Deze bevelen kwamen pas om 18u20 bij de voorste linie aan waardoor niet alle manschappen deze ontvingen. Enkel een handvol manschappen zette de aanval onder artillerievuur verder. Tegelijkertijd openden ook de Duitse troepen hun spervuur om een tegenaanval te lanceren. Hun opmars werd uiteengeslagen door de geallieerde artillerie. Er werden die avond geen verdere infanterieacties meer ondernomen, enkel de artillerie van beide zeiden bleef verder barrages neerleggen. Tijdens de ochtendschemering op 28 september werden het bataljon door de 13th Battalion, King's (Liverpool Regiment) afgelost. De twee dagen in de frontlinie kostte het bataljon: 61 gesneuvelden, 327 gewonden en 67 vermisten.

William overleed op 22-jarige leeftijd. Zijn lichaam werd na de oorlog nabij Zonnebeke Station gevonden. Hij werd vervolgens herbegraven op Tyne Cot Cemetery.

Bronnen 4

1 Battalion Royal Scots Fusiliers (The National Archives, KEW (TNA), WO 95/1422/3).
https://discovery.nationalarchives.gov.uk
Gebruikte bronnen
1911 England Census (The National Archives, Kew (TNA), RG14).
https://nationalarchives.gov.uk
Gebruikte bronnen
British Army WWI Service Records, 1914-1920.
https://www.nationalarchives.gov.uk/
Gebruikte bronnen
Buchan, John. The History of the Royal Scots Fusiliers 1678-1918 (Londen: Thomas Nelson and Sons Ltd, 1925), 389.
Gebruikte bronnen

Meer informatie 4