Pte
William A. Young

Informatie over geboorte

Geboortedatum:
22/04/1897
Geboorteplaats:
Cape North, Nova Scotia, Canada

Algemene Informatie

Beroep:
Bottelaar

Informatie legerdienst

Land:
Canada
Strijdmacht:
Canadian Expeditionary Force
Rang:
Private
Service nummer:
415341
Dienstneming datum:
13/08/1915
Dienstneming plaats:
Sydney, Cape Breton, Nova Scotia, Canada
Eenheden:
 —  Canadian Mounted Rifles, 5th Bn.  (Laatst gekende eenheid)

Informatie over overlijden

Datum van overlijden:
30/10/1917
Plaats van overlijden:
Woodland Plantation, Passendale, België
Doodsoorzaak:
Killed in action (K.I.A.)
Leeftijd:
20

Begraafplaats

Tyne Cot Cemetery
Plot: XXVI
Rij: A
Graf: 11

Onderscheidingen en medailles 2

British War Medal
Medaille
Victory Medal
Medaille

Points of interest 2

#1 Dienstneming plaats
#2 Plaats van overlijden (bij benadering)

Mijn verhaal

William Young werd in april 1897 geboren in Cape North, Nova Scotia. William ging werken als bottelaar.

In augustus 1915 nam de 18-jarige dienst in het Canadese Leger. Na een basistraining scheepte hij in richting Europa, waar hij werd ingedeeld bij de 5th Canadian Mounted Rifles, onderdeel van de 8th Brigade van de 3rd Canadian Division. De Mounted Rifles – infanterie te paard – vochten intussen louter afgestegen in de loopgraven van Europa.

Eind oktober 1917 werd de 3rd Canadian Division opnieuw ingezet in Vlaanderen, waar het geallieerde offensief – bedoeld om door te breken richting de kust – was verzand in een uitputtingsslag om de hoogten ten oosten van Ieper. Met de winter in aantocht leek een doorbraak uitgesloten, en hoewel de Franse en Belgische bondgenoten midden oktober openlijk twijfelden aan een voortzetting van het offensief, drong dat besef nog niet door tot het Britse opperbevel. De Canadezen werden uitgeloot om de hoogten rond het tot gruis geschoten dorpje Passendale in te nemen. In de eerste twee fasen, op 26 en 30 oktober, moesten de troepen zich bevrijden van de modder door hoger gelegen grond te bereiken. Zodra die glooiing geconsolideerd was, kon Passendale worden veroverd.

De Ravebeek doorsneed het front; de ondiepe sloot was door de talrijke bombardementen veranderd in een kilometerbreed moeras. Oprukken door de drassige vallei was bijna onmogelijk. Op vele plaatsen kon slechts met één bataljon worden aangevallen bij gebrek aan droge grond.

De Canadezen moesten niet alleen het moerasachtige terrein aan de voet van de heuvelrug trotseren, maar stuitten ook op een goed georganiseerde Duitse verdediging. Ondanks zware verliezen en barre omstandigheden viel op 26 oktober 1917 de Duitse positie bij Bellevue – het zwaartepunt van de Duitse verdediging op een uitloper van de heuvelrug ten westen van Passendale. De Canadezen slaagden er zodoende in zich op de heuvelflank te vestigen.

Op 30 oktober 1917 werd de opmars hernieuwd. Bij het eerste ochtendgloren braakte de geallieerde artillerie hun dodelijke lading uit. Om tien voor zes gingen de 3rd en 4th Canadian Divisions opnieuw vooruit. De 3rd Division viel aan met de 8th Brigade op links en de 7th Brigade op rechts. Vanuit Bellevue trokken ze verder de uitloper op, richting de Goudberg, ten noorden van Passendale.

De 8th Brigade viel aan met het 5th Canadian Mounted Rifles. Hun doel was de Goudberg. Voor die hoogte lag echter een haast onmogelijk te nemen hindernis: Woodland Plantation, een kapotgeschoten bosje waar de uit haar oevers getreden Paddebeek doorheen liep. Het terrein was herschapen tot een ondoordringbaar moeras. Op het laatste moment werd daarom beslist om via de ‘iets’ drogere grond rond het stinkende drasland op te rukken. “A” en “B” Companies rechts, “C” en “D” links.

Maar ook die omtrekkende opmars verliep uiterst moeizaam. Zonder degelijke artillerieondersteuning, ploeterend door het slijk, werden de bereden infanteristen gemakkelijke doelwitten. Source Farm, Vapour Farm en Vanity House aan de voet van de Goudberg werden ingenomen, ondanks zware verliezen. De overlevenden groeven zich in. Het 5th Mounted Rifles was de aanval begonnen met zo’n 600 man; tegen tien uur was de helft gedood of gewond. In de namiddag dreigden Duitse tegenaanvallen het 5th te overrompelen. Het 2nd Mounted Rifles snelde te hulp. Hoewel Vanity House moest worden opgegeven, konden de posities uiteindelijk, met de grootste moeite, behouden blijven. De verliezen waren verschrikkelijk. Velen keerden nooit terug van de Goudberg.

Ter hoogte van de boerderij in de Bornstraat, vlak voor Woodland Plantation, stond in 1917 een Duitse bunker. Tijdens de aanval van 30 oktober richtte het Canadian Army Medical Corps hier een verbandpost in. Al snel lag de bunker vol en moesten gewonden buiten verpleegd worden. Tot overmaat van ramp sloeg een granaat in, die vele gewonden en verplegend personeel op slag doodde. Toen het bataljon de dag nadien werd afgelost, had het in amper enkele dagen zo’n 400 slachtoffers geleden.

William, pas 20 jaar oud, sneuvelde op 30 oktober 1917. Aanvankelijk werd hij op de hoek van de Bornstraat en de Wieltjesstraat voor Plantation Wood begraven, vlakbij de startposities van het bataljon. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot XXVI, Rij A, Graf 11.

Bronnen 4

Cook T., Shock Troops: Canadians fighting the Great War 1917-1918. Volume II (Toronto, Penguin Canada, 2008) 345-355.
Gebruikte bronnen
McCarthy C., Passchendaele: The Day-By-Day Account (Londen, Arms & Armour, 2018) 153-154.
Gebruikte bronnen
Personnel Records of the First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC) RG 150, Accession 1992-93/166, Box 10667 - 2).
https://library-archives.canada.ca/
Gebruikte bronnen
War Diaries: 5th Battalion Canadian Mounted Rifles (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG9-III-D-3, Volume number: 4949, Microfilm reel number: T-10760, File 473).
https://library-archives.canada.ca/
Gebruikte bronnen