Pte
Gedeon Grenier
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 22/06/1897 |
|
Geboorteplaats: Saint-Joseph-de-Beauce, Quebec, Canada |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Saint-Frédéric, Quebec, Canada |
|
Beroep: Arbeider |
|
Geloof: Rooms-katholiek |
Informatie legerdienst
|
Land: Canada |
|
Strijdmacht: Canadian Expeditionary Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 748539 |
|
Dienstneming datum: 26/01/1916 |
|
Dienstneming plaats: Coaticook, Quebec, Canada |
|
Eenheden: — Canadian Mounted Rifles, 5th Bn. (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 30/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Wallemolen, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 20 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XXVIII Rij: G Graf: 18 |
Onderscheidingen en medailles 2
|
British War Medal Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 4
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Gedeon Grenier werd in juni 1897 geboren in de voornamelijk Franstalige gemeenschap van Saint-Joseph-de-Beauce in Quebec.
Begin 1916, amper 18 jaar oud, nam Gedeon dienst in het Canadese Leger. Na een basistraining scheepte hij in richting Europa, waar hij werd ingedeeld bij de 5th Canadian Mounted Rifles, onderdeel van de 8th Brigade van de 3rd Canadian Division. De Mounted Rifles – infanterie te paard – vochten intussen louter afgestegen in de loopgraven van Europa.
Eind oktober 1917 werd de 3rd Canadian Division opnieuw ingezet in Vlaanderen, waar het geallieerde offensief – bedoeld om door te breken richting de kust – was verzand in een uitputtingsslag om de hoogten ten oosten van Ieper. Met de winter in aantocht leek een doorbraak uitgesloten, en hoewel de Franse en Belgische bondgenoten midden oktober openlijk twijfelden aan een voortzetting van het offensief, drong dat besef nog niet door tot het Britse opperbevel. De Canadezen werden uitgeloot om de hoogten rond het tot gruis geschoten dorpje Passendale in te nemen. In de eerste twee fasen, op 26 en 30 oktober, moesten de troepen zich bevrijden van de modder door hoger gelegen grond te bereiken. Zodra die glooiing geconsolideerd was, kon Passendale worden veroverd.
De Ravebeek doorsneed het front; de ondiepe sloot was door de talrijke bombardementen veranderd in een kilometerbreed moeras. Oprukken door de drassige vallei was bijna onmogelijk. Op vele plaatsen kon slechts met één bataljon worden aangevallen bij gebrek aan droge grond.
De Canadezen moesten niet alleen het moerasachtige terrein aan de voet van de heuvelrug trotseren, maar stuitten ook op een goed georganiseerde Duitse verdediging. Ondanks zware verliezen en barre omstandigheden viel op 26 oktober 1917 de Duitse positie bij Bellevue – het zwaartepunt van de Duitse verdediging op een uitloper van de heuvelrug ten westen van Passendale. De Canadezen slaagden er zodoende in zich op de heuvelflank te vestigen.
Op 30 oktober 1917 werd de opmars hernieuwd. Bij het eerste ochtendgloren braakte de geallieerde artillerie hun dodelijke lading uit. Om tien voor zes gingen de 3rd en 4th Canadian Divisions opnieuw vooruit. De 3rd Division viel aan met de 8th Brigade op links en de 7th Brigade op rechts. Vanuit Bellevue trokken ze verder de uitloper op, richting de Goudberg, ten noorden van Passendale.
De 8th Brigade viel aan met het 5th Canadian Mounted Rifles. Hun doel was de Goudberg. Voor die hoogte lag echter een haast onmogelijk te nemen hindernis: Woodland Plantation, een kapotgeschoten bosje waar de uit haar oevers getreden Paddebeek doorheen liep. Het terrein was herschapen tot een ondoordringbaar moeras. Op het laatste moment werd daarom beslist om via de ‘iets’ drogere grond rond het stinkende drasland op te rukken. “A” en “B” Companies rechts, “C” en “D” links.
Maar ook die omtrekkende opmars verliep uiterst moeizaam. Zonder degelijke artillerieondersteuning, ploeterend door het slijk, werden de bereden infanteristen gemakkelijke doelwitten. Source Farm, Vapour Farm en Vanity House aan de voet van de Goudberg werden ingenomen, ondanks zware verliezen. De overlevenden groeven zich in. Het 5th Mounted Rifles was de aanval begonnen met zo’n 600 man; tegen tien uur was de helft gedood of gewond. In de namiddag dreigden Duitse tegenaanvallen het 5th te overrompelen. Het 2nd Mounted Rifles snelde te hulp. Hoewel Vanity House moest worden opgegeven, konden de posities uiteindelijk, met de grootste moeite, behouden blijven. De verliezen waren verschrikkelijk. Velen keerden nooit terug van de Goudberg.
Ter hoogte van de boerderij in de Bornstraat, vlak voor Woodland Plantation, stond in 1917 een Duitse bunker. Tijdens de aanval van 30 oktober richtte het Canadian Army Medical Corps hier een verbandpost in. Al snel lag de bunker vol en moesten gewonden buiten verpleegd worden. Tot overmaat van ramp sloeg een granaat in, die vele gewonden en verplegend personeel op slag doodde. Toen het bataljon de dag nadien werd afgelost, had het in amper enkele dagen zo’n 400 slachtoffers geleden.
Gedeon Grenier, pas 20 jaar oud, sneuvelde op 30 oktober 1917. Aanvankelijk werd hij begraven in een veld bij het gehucht Wallemolen, vlak vóór de Duitse Flandern I-verdedigingslinie. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot XXVIII, Rij G, Graf 18.
Begin 1916, amper 18 jaar oud, nam Gedeon dienst in het Canadese Leger. Na een basistraining scheepte hij in richting Europa, waar hij werd ingedeeld bij de 5th Canadian Mounted Rifles, onderdeel van de 8th Brigade van de 3rd Canadian Division. De Mounted Rifles – infanterie te paard – vochten intussen louter afgestegen in de loopgraven van Europa.
Eind oktober 1917 werd de 3rd Canadian Division opnieuw ingezet in Vlaanderen, waar het geallieerde offensief – bedoeld om door te breken richting de kust – was verzand in een uitputtingsslag om de hoogten ten oosten van Ieper. Met de winter in aantocht leek een doorbraak uitgesloten, en hoewel de Franse en Belgische bondgenoten midden oktober openlijk twijfelden aan een voortzetting van het offensief, drong dat besef nog niet door tot het Britse opperbevel. De Canadezen werden uitgeloot om de hoogten rond het tot gruis geschoten dorpje Passendale in te nemen. In de eerste twee fasen, op 26 en 30 oktober, moesten de troepen zich bevrijden van de modder door hoger gelegen grond te bereiken. Zodra die glooiing geconsolideerd was, kon Passendale worden veroverd.
De Ravebeek doorsneed het front; de ondiepe sloot was door de talrijke bombardementen veranderd in een kilometerbreed moeras. Oprukken door de drassige vallei was bijna onmogelijk. Op vele plaatsen kon slechts met één bataljon worden aangevallen bij gebrek aan droge grond.
De Canadezen moesten niet alleen het moerasachtige terrein aan de voet van de heuvelrug trotseren, maar stuitten ook op een goed georganiseerde Duitse verdediging. Ondanks zware verliezen en barre omstandigheden viel op 26 oktober 1917 de Duitse positie bij Bellevue – het zwaartepunt van de Duitse verdediging op een uitloper van de heuvelrug ten westen van Passendale. De Canadezen slaagden er zodoende in zich op de heuvelflank te vestigen.
Op 30 oktober 1917 werd de opmars hernieuwd. Bij het eerste ochtendgloren braakte de geallieerde artillerie hun dodelijke lading uit. Om tien voor zes gingen de 3rd en 4th Canadian Divisions opnieuw vooruit. De 3rd Division viel aan met de 8th Brigade op links en de 7th Brigade op rechts. Vanuit Bellevue trokken ze verder de uitloper op, richting de Goudberg, ten noorden van Passendale.
De 8th Brigade viel aan met het 5th Canadian Mounted Rifles. Hun doel was de Goudberg. Voor die hoogte lag echter een haast onmogelijk te nemen hindernis: Woodland Plantation, een kapotgeschoten bosje waar de uit haar oevers getreden Paddebeek doorheen liep. Het terrein was herschapen tot een ondoordringbaar moeras. Op het laatste moment werd daarom beslist om via de ‘iets’ drogere grond rond het stinkende drasland op te rukken. “A” en “B” Companies rechts, “C” en “D” links.
Maar ook die omtrekkende opmars verliep uiterst moeizaam. Zonder degelijke artillerieondersteuning, ploeterend door het slijk, werden de bereden infanteristen gemakkelijke doelwitten. Source Farm, Vapour Farm en Vanity House aan de voet van de Goudberg werden ingenomen, ondanks zware verliezen. De overlevenden groeven zich in. Het 5th Mounted Rifles was de aanval begonnen met zo’n 600 man; tegen tien uur was de helft gedood of gewond. In de namiddag dreigden Duitse tegenaanvallen het 5th te overrompelen. Het 2nd Mounted Rifles snelde te hulp. Hoewel Vanity House moest worden opgegeven, konden de posities uiteindelijk, met de grootste moeite, behouden blijven. De verliezen waren verschrikkelijk. Velen keerden nooit terug van de Goudberg.
Ter hoogte van de boerderij in de Bornstraat, vlak voor Woodland Plantation, stond in 1917 een Duitse bunker. Tijdens de aanval van 30 oktober richtte het Canadian Army Medical Corps hier een verbandpost in. Al snel lag de bunker vol en moesten gewonden buiten verpleegd worden. Tot overmaat van ramp sloeg een granaat in, die vele gewonden en verplegend personeel op slag doodde. Toen het bataljon de dag nadien werd afgelost, had het in amper enkele dagen zo’n 400 slachtoffers geleden.
Gedeon Grenier, pas 20 jaar oud, sneuvelde op 30 oktober 1917. Aanvankelijk werd hij begraven in een veld bij het gehucht Wallemolen, vlak vóór de Duitse Flandern I-verdedigingslinie. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot XXVIII, Rij G, Graf 18.
Bronnen 5
|
Col. Nicholson G.W.L., Canadian Expedition Force 1914-1919 - Official History of the Canadian Army in the First World War, (Ottawa, Queen's Printer, 1962), pg. 320-323. Gebruikte bronnen |
|
Cook T., Shock Troops: Canadians fighting the Great War 1917-1918. Volume II (Toronto, Penguin Canada, 2008) 345-355. Gebruikte bronnen |
|
McCarthy C., Passchendaele: The Day-By-Day Account (Londen, Arms & Armour, 2018) 153-154. Gebruikte bronnen |
|
Personnel Records of the First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC) RG 150, Accession 1992-93/166, Box 3817 - 4). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
War Diaries: 5th Battalion Canadian Mounted Rifles (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG9-III-D-3, Volume number: 4949, Microfilm reel number: T-10760, File 473). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/462976 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=210baaff-7692-42a0-802d-e1dd1b73a18c |
|
The Canadian Virtual War Memorial https://www.veterans.gc.ca/en/remembrance/memorials/canadian-virtual-war-memorial/detail/598158 |
|
A Street Near You https://astreetnearyou.org/person/462976/ |