Pte
Francis Lock
Informatie over geboorte
|
Geboortejaar: 1890 |
|
Geboorteplaats: Moolort, Victoria, Australië |
Algemene Informatie
|
Beroep: Landbouwer |
|
Geloof: Church of England |
Informatie legerdienst
|
Land: Australië |
|
Strijdmacht: Australian Imperial Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 326 |
|
Dienstneming datum: 23/02/1916 |
|
Dienstneming plaats: Melbourne, Victoria, Australië |
|
Eenheden: — Australian Infantry, 38th Bn. (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 13/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Haalen, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 27 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XXXV Rij: J Graf: 4 |
Points of interest 3
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Dienstneming plaats | ||
| #3 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Francis Lock was de zoon van Francis en Charlotte Lock. Hij werd omstreeks 1890 in Moolort, Victoria, geboren. Voor de oorlog werkte hij als landbouwer. Francis trad in het Australische leger en diende in het 38th Battalion Australian Infantry (10th Brigade, 3rd Division).
Francis sneuvelde op 13 oktober 1917 in de nasleep van de Eerste Slag bij Passendale, deel van de Slag bij Passendale. De startlijnen van de 38th Battalion bevonden zich net voor Augustus Wood. Op 12 en 13 oktober voerde de eenheid een aanval uit op Passendale. Reeds op weg naar de startlijnen en ook na het innemen van de startposities kwam het bataljon onder vuur te liggen. Ook bij het oprukken zorgde machinegeweervuur vanuit de omgeving van Bellevue voor oponthoud. Een deel van het bataljon slaagde erin om, na het oversteken van de Ravebeek, drie pillboxen uit te schakelen, maar ook zij werden gedwongen terug te keren door hevige beschietingen. Ze voegen zich opnieuw bij de eenheid, die zich ondertussen in de buurt van Haalen bevond.
De Nieuw-Zeelandse troepen, die zich op hun linkerflank bevonden, waren er niet in geslaagd op te rukken. Daardoor, en omwille van het hoge aantal slachtoffers binnen de 38th Battalion, was de eenheid gedwongen zich terug te trekken tot in de buurt van hun startposities. Het bataljon hield die lijn tot de aflossing in de nacht van 13 op 14 oktober. Aanvankelijk trokken ze zich terug tot Hussar Farm voor ze per bus overgebracht werden naar Senlecques. Het slachtofferaantal van het 38th Battalion bedroeg na de aanval 11 doden, 270 gewonden en 101 vermisten.
Francis sneuvelde op 27-jarige leeftijd. Volgens getuigenissen raakte Francis gewond tijdens de aanval en was hij op weg naar een hulppost, toen hij vermist raakte. Na de oorlog werd zijn lichaam teruggevonden nabij Haalen. Hij werd herbegraven op Tyne Cot Cemetery, waar hij zijn laatste rustplaats vond.
Francis sneuvelde op 13 oktober 1917 in de nasleep van de Eerste Slag bij Passendale, deel van de Slag bij Passendale. De startlijnen van de 38th Battalion bevonden zich net voor Augustus Wood. Op 12 en 13 oktober voerde de eenheid een aanval uit op Passendale. Reeds op weg naar de startlijnen en ook na het innemen van de startposities kwam het bataljon onder vuur te liggen. Ook bij het oprukken zorgde machinegeweervuur vanuit de omgeving van Bellevue voor oponthoud. Een deel van het bataljon slaagde erin om, na het oversteken van de Ravebeek, drie pillboxen uit te schakelen, maar ook zij werden gedwongen terug te keren door hevige beschietingen. Ze voegen zich opnieuw bij de eenheid, die zich ondertussen in de buurt van Haalen bevond.
De Nieuw-Zeelandse troepen, die zich op hun linkerflank bevonden, waren er niet in geslaagd op te rukken. Daardoor, en omwille van het hoge aantal slachtoffers binnen de 38th Battalion, was de eenheid gedwongen zich terug te trekken tot in de buurt van hun startposities. Het bataljon hield die lijn tot de aflossing in de nacht van 13 op 14 oktober. Aanvankelijk trokken ze zich terug tot Hussar Farm voor ze per bus overgebracht werden naar Senlecques. Het slachtofferaantal van het 38th Battalion bedroeg na de aanval 11 doden, 270 gewonden en 101 vermisten.
Francis sneuvelde op 27-jarige leeftijd. Volgens getuigenissen raakte Francis gewond tijdens de aanval en was hij op weg naar een hulppost, toen hij vermist raakte. Na de oorlog werd zijn lichaam teruggevonden nabij Haalen. Hij werd herbegraven op Tyne Cot Cemetery, waar hij zijn laatste rustplaats vond.
Bronnen 5
|
10th Australian Infantry Brigade, (Australian War Memorial, Campbell (AWM), AWM4 23/10/12). https://www.awm.gov.au/ Gebruikte bronnen |
|
38th Australian Infantry Battalion, (Australian War Memorial, Campbell (AWM), AWM4 23/55/17). https://www.awm.gov.au/ Gebruikte bronnen |
|
Australian Red Cross Wounded and Missing Enquiry Bureau (Australian War Memorial, Campbell (AWM), RCDIG1043762). https://www.awm.gov.au/ Gebruikte bronnen |
|
First Australian Imperial Force Personnel Dossiers, 1914-1920, (National Archives of Australia, Canberra (NAA), B2455, LOCK F). https://www.naa.gov.au/ Gebruikte bronnen |
|
McCarthy, Chris. Passchendaele: The Day by Day Account (Londen: Arms & Armour Press, 1995), 129-130. Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/463629 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=c94f2b35-7f91-43a9-835e-a0aa46a082df |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/7605756 |
|
The AIF Project (UNSW Canberra) https://aif.adfa.edu.au/showPerson?pid=178392 |