Pte
Basil George Duncan
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 22/01/1895 |
|
Geboorteplaats: Clark’s Harbour, Nova Scotia, Canada |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Clark’s Harbour, Nova Scotia, Canada |
|
Beroep: Visser |
|
Geloof: Baptist |
Informatie legerdienst
|
Land: Canada |
|
Strijdmacht: Canadian Expeditionary Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 282456 |
|
Dienstneming datum: 08/03/1916 |
|
Dienstneming plaats: Clark’s Harbour, Nova Scotia, Canada |
|
Eenheden: — Canadian Infantry, 85th Bn. (Nova Scotia Highlanders) (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 30/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Vienna Cottages - Stein Hof, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 22 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XXXVIII Rij: A Graf: 11 |
Points of interest 4
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Basil George Duncan werd in januari 1895 geboren in Clark’s Harbour, een vissersstadje op Cape Sable Island. Net als nagenoeg alle mannen van Clark’s Harbour verdiende Basil zijn brood op zee. In maart 1916 nam de jonge visser dienst in het Canadese Expeditieleger. Hij werd uiteindelijk ingedeeld bij het 85e Bataljon, beter bekend als de Nova Scotia Highlanders, onderdeel van de 12e Canadese Brigade van de 4e Canadese Divisie.
Op 28 oktober 1917 verliet de 4e Canadese Divisie het kamp bij Ieper en trok naar het front, waar ze het 44e Bataljon aflosten bij Keerselaarhoek, tussen Decline Copse aan de spoorlijn en de Passendalestraat. De 29e oktober brachten de mannen door in granaattrechters en smalle loopgraven, ter voorbereiding op de aanval van de volgende dag.
Op 30 oktober 1917 hervatten de Canadezen de aanval op Passendale. Het 85e Bataljon volgde de spoorlijn Ieper–Roeselare richting Vienna Cottages — voor de oorlog een verzameling huisjes, genesteld tegen de spoorweg. Het gehucht was herleid tot een aaneenschakeling van granaattrechters. De Highlanders kregen het zwaar te verduren: de kanonnen die de aanval moesten dekken, zakten weg in de modder en konden nauwelijks ondersteuning bieden. Zodra de Highlanders zich uit het slijk losmaakten, kwamen ze meteen onder hevig vuur te liggen. Maar onstuitbaar was de storm voorwaarts. In ruil voor de stinkende putten bij Vienna Cottages werd de helft van de Highlanders gedood, vermist of gewond. Nog voor hun terugkeer naar Canada plaatste het 85e Bataljon een gedenkzuil op wat ongeveer hun vertrekpositie was geweest.
De 22-jarige sneuvelde op 30 oktober 1917. Hij werd vlakbij Vienna Cottages begraven. Na de oorlog werd hij herbegraven op Tyne Cot Cemetery, perceel XXXVIII, rij A, graf 11.
Op 28 oktober 1917 verliet de 4e Canadese Divisie het kamp bij Ieper en trok naar het front, waar ze het 44e Bataljon aflosten bij Keerselaarhoek, tussen Decline Copse aan de spoorlijn en de Passendalestraat. De 29e oktober brachten de mannen door in granaattrechters en smalle loopgraven, ter voorbereiding op de aanval van de volgende dag.
Op 30 oktober 1917 hervatten de Canadezen de aanval op Passendale. Het 85e Bataljon volgde de spoorlijn Ieper–Roeselare richting Vienna Cottages — voor de oorlog een verzameling huisjes, genesteld tegen de spoorweg. Het gehucht was herleid tot een aaneenschakeling van granaattrechters. De Highlanders kregen het zwaar te verduren: de kanonnen die de aanval moesten dekken, zakten weg in de modder en konden nauwelijks ondersteuning bieden. Zodra de Highlanders zich uit het slijk losmaakten, kwamen ze meteen onder hevig vuur te liggen. Maar onstuitbaar was de storm voorwaarts. In ruil voor de stinkende putten bij Vienna Cottages werd de helft van de Highlanders gedood, vermist of gewond. Nog voor hun terugkeer naar Canada plaatste het 85e Bataljon een gedenkzuil op wat ongeveer hun vertrekpositie was geweest.
De 22-jarige sneuvelde op 30 oktober 1917. Hij werd vlakbij Vienna Cottages begraven. Na de oorlog werd hij herbegraven op Tyne Cot Cemetery, perceel XXXVIII, rij A, graf 11.
Bronnen 4
|
Hayes J., The Eighty-Fifth in France and Flanders, (Halifax, Royal Print & Litho Limited, 1922), 90-96. Gebruikte bronnen |
|
McCarthy Chris., Passchendaele. The Day-by-Day Account (London, Unicorn Publishing Group, 2018) 153. Gebruikte bronnen |
|
Personnel Records of the First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG 150, Accession 1992-93/166, Box 2728 - 12). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
War diaries: 85th Canadian Infantry Battalion (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG9-III-D-3, Volume number: 4944, Microfilm reel number: T-10751--T-10752, File number: 454). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/462636 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=971ea228-5945-4b8a-8eb0-9d48d2568ebf |
|
The Canadian Virtual War Memorial https://www.veterans.gc.ca/eng/remembrance/memorials/canadian-virtual-war-memorial/detail/462636 |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/5845425 |