Pte
Arthur Clarence Covey
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 28/08/1898 |
|
Geboorteplaats: Edmonton, Middlesex, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Moose Jaw, Saskatchewan, Canada |
|
Beroep: Menner |
|
Geloof: Presbyterian |
Informatie legerdienst
|
Land: Canada |
|
Strijdmacht: Canadian Expeditionary Force |
|
Rang: Private |
|
Service nummer: 782463 |
|
Dienstneming datum: 17/06/2025 |
|
Dienstneming plaats: Moose Jaw, Saskatchewan, Canada |
|
Eenheden: — Canadian Infantry, 46th Bn. (South Saskatchewan) (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 26/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Tiber, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 19 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XXXVI Rij: G Graf: 19 |
Onderscheidingen en medailles 2
|
British War Medal Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 5
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van overlijden (bij benadering) | ||
| #5 | Begraafplaats |
Mijn verhaal
Arthur Clarence Covey werd geboren op 28 augustus 1898 in Edmonton, Middlesex (UK). Hij was het vierde kind in een gezin van vijf. Zijn vader en oudste broer emigreerden in 1903 naar Canada. Arthur en de overige gezinsleden volgend in 1905. Het gezin vestigde zich eerst in Vermilion, Saskatchewan, en verhuisde later naar Moose Jaw, Saskatchewan. Op 17 juni 1916 stapte de 18-jarige Arthur, voerman van beroep, naar het rekruteringsbureau in Moose Jaw om zich als vrijwilliger aan te melden. Hij werd ingelijfd bij het 128ste Canadese Infanteriebataljon. Eén maand na zijn indiensttreding vertrok het 128ste Bataljon naar Engeland, waar het op 24 augustus 1916 aankwam. Na zeven maanden training in Engeland werden Arthur en 124 mannen van het 128ste Bataljon overgeplaatst naar Frankrijk en toegewezen als versterking aan het 46ste Bataljon van de Canadese Infanterie. In augustus maakte Arthur voor het eerst kennis met echte oorlogsvoering, toen het 46ste Bataljon deelnam aan de Slag om Hill 70 (15–25 augustus 1917). Na de slag wordt het bataljon uit de frontlinie teruggetrokken voor rust en training, ter voorbereiding op nieuwe gevechtsacties in het Ieperse Saillant.
Op 21 oktober 1917 arriveerde de Canadese 10e Infanteriebrigade (inclusief het 46ste Bataljon) in het Ieperse frontgebied. Op de 22ste nam de brigade de frontlinie ten zuiden van Passendale over, met het 50ste Bataljon in de voorste linie en het 46ste Bataljon direct daarachter in ondersteuning. Terwijl ze wachtten op de aanval (gepland op de 26ste), schuilden de mannen in granaattrechters, met hun grondzeil als enige beschutting. Regen en kou maakten de omstandigheden bijzonder zwaar. Duitse beschietingen veroorzaakten veel verliezen. Ter voorbereiding op de aanval verplaatste het 46ste Bataljon zich op de avond van de 25ste posities naar de frontlijn nabij Heine House en Hillside Farm.
Het artilleriebombardement begon om 5.40 uur ’s ochtends, maar viel niet ver genoeg neer, waardoor er al veel slachtoffers vielen bij het 46ste nog vóór ze konden oprukken. Tijdens de aanval leed het 46ste Bataljon zware verliezen door zowel eigen als Duits artillerievuur, evenals door intens Duits mitrailleurvuur. Met steun van het 50ste Bataljon werden alle doelstellingen vóór de middag ingenomen en versterkt.
Rond 16.00 uur legden de Duitsers een zwaar artilleriebombardement op de linies en lanceerde meerdere tegenaanvallen. Vanwege het hoge aantal verliezen, de zwakke verdedigingslinie en het gebrek aan eigen artilleriesteun trok het 46ste Bataljon zich terug richting Zonnebeke, daarbij vooral gebruikmaken van de weg Zonnebeke-Passendale.
Na enige hergroepering hield het bataljon stand in een lijn dicht bij de posities van waaruit ze die ochtend vertrokken waren. ’s Avonds werd het 46ste Bataljon afgelost en trok het zich terug naar Levis Corner, nabij het centrum van Zonnebeke. De Duitsers beschoten dat gebied met gasgranaten en andere munitie, wat opnieuw slachtoffers tot gevolg had.
Volgens het verslag van Lt. Col. Dawson, die het bevel had over het 46ste) leed het bataljon 402 verliezen (53 gesneuveld, 287 gewond, 62 vermist), wat neerkomt op 70%.
De website CWGC.org vermeldt (op feb2026) 98 mannen van het 46ste die op 26 oktober sneuvelden, van wie er 75 worden herdacht op de Ypres (Menin Gate) Memorial en 11 begraven liggen op Tyne Cot Cemetery. Binnen enkele dagen na de aanval stierven nog eens minstens 16 manschappen van het 46ste Bataljon aan hun verwondingen in veldhospitalen. De zeer hoge verliezen tijdens deze en andere operaties in de Eerste Wereldoorlog leverden het bataljon de bijnaam "The Suicide Battalion" (het Zelfmoordbataljon) op.
Arthur Clarence Covey sneuvelde op 26 oktober ten westen van Tiber Farm en werd begraven langs de weg Zonnebeke-Passendale. Na de Eerste Wereldoorlog werden zijn stoffelijke resten opgegraven en herbegraven op Tyne Cot Cemetery, vak XXXVI, graf G. 19.
Op 21 oktober 1917 arriveerde de Canadese 10e Infanteriebrigade (inclusief het 46ste Bataljon) in het Ieperse frontgebied. Op de 22ste nam de brigade de frontlinie ten zuiden van Passendale over, met het 50ste Bataljon in de voorste linie en het 46ste Bataljon direct daarachter in ondersteuning. Terwijl ze wachtten op de aanval (gepland op de 26ste), schuilden de mannen in granaattrechters, met hun grondzeil als enige beschutting. Regen en kou maakten de omstandigheden bijzonder zwaar. Duitse beschietingen veroorzaakten veel verliezen. Ter voorbereiding op de aanval verplaatste het 46ste Bataljon zich op de avond van de 25ste posities naar de frontlijn nabij Heine House en Hillside Farm.
Het artilleriebombardement begon om 5.40 uur ’s ochtends, maar viel niet ver genoeg neer, waardoor er al veel slachtoffers vielen bij het 46ste nog vóór ze konden oprukken. Tijdens de aanval leed het 46ste Bataljon zware verliezen door zowel eigen als Duits artillerievuur, evenals door intens Duits mitrailleurvuur. Met steun van het 50ste Bataljon werden alle doelstellingen vóór de middag ingenomen en versterkt.
Rond 16.00 uur legden de Duitsers een zwaar artilleriebombardement op de linies en lanceerde meerdere tegenaanvallen. Vanwege het hoge aantal verliezen, de zwakke verdedigingslinie en het gebrek aan eigen artilleriesteun trok het 46ste Bataljon zich terug richting Zonnebeke, daarbij vooral gebruikmaken van de weg Zonnebeke-Passendale.
Na enige hergroepering hield het bataljon stand in een lijn dicht bij de posities van waaruit ze die ochtend vertrokken waren. ’s Avonds werd het 46ste Bataljon afgelost en trok het zich terug naar Levis Corner, nabij het centrum van Zonnebeke. De Duitsers beschoten dat gebied met gasgranaten en andere munitie, wat opnieuw slachtoffers tot gevolg had.
Volgens het verslag van Lt. Col. Dawson, die het bevel had over het 46ste) leed het bataljon 402 verliezen (53 gesneuveld, 287 gewond, 62 vermist), wat neerkomt op 70%.
De website CWGC.org vermeldt (op feb2026) 98 mannen van het 46ste die op 26 oktober sneuvelden, van wie er 75 worden herdacht op de Ypres (Menin Gate) Memorial en 11 begraven liggen op Tyne Cot Cemetery. Binnen enkele dagen na de aanval stierven nog eens minstens 16 manschappen van het 46ste Bataljon aan hun verwondingen in veldhospitalen. De zeer hoge verliezen tijdens deze en andere operaties in de Eerste Wereldoorlog leverden het bataljon de bijnaam "The Suicide Battalion" (het Zelfmoordbataljon) op.
Arthur Clarence Covey sneuvelde op 26 oktober ten westen van Tiber Farm en werd begraven langs de weg Zonnebeke-Passendale. Na de Eerste Wereldoorlog werden zijn stoffelijke resten opgegraven en herbegraven op Tyne Cot Cemetery, vak XXXVI, graf G. 19.
Bronnen 8
|
1901 England census https://www.ancestry.co.uk/imageviewer/collections/7814/images/MDXRG13_1262_1265-0671?pId=7425066 Gebruikte bronnen |
|
1906 Canada Census of Manitoba, Saskatchewan, and Alberta https://www.ancestry.co.uk/imageviewer/collections/8827/images/e001213317?pId=2514905 Gebruikte bronnen |
|
Census of Canada, 1916 (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG31-C-1). https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
Commonwealth War Graves Registers, First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG150, 1992-93/314, 59) https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
Personnel Records of the First World War (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC),RG 150, Accession 1992-93/166, Box 2064 - 25) https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
|
UK and Ireland, Outward Passenger Lists, 1890-1960 (1905) https://www.ancestry.com/search/collections/2997/records/47876527 Gebruikte bronnen |
|
War Diaries 10th Canadian Infantry Brigade, October 1917. (Library and Archives Canada, RG9-III-D-3, Volume number: 4902, Microfilm reel number: T-10694, File number: 308) http://canadiangreatwarproject.com Gebruikte bronnen |
|
war diaries 46th Canadian Infantry Battalion (Library and Archives Canada, Ottawa (LAC), RG9-III-D-3, Volume number: 4939, Microfilm reel number: T-10745--T-10746, File number: 437) https://library-archives.canada.ca/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/462402 |
|
The Canadian Virtual War Memorial https://www.veterans.gc.ca/en/remembrance/memorials/canadian-virtual-war-memorial/detail/462402 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=27f9c843-bff2-4d3d-8d24-b966605c689b |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/5597764 |