Cpl
David John McAulay
Informatie over geboorte
|
Geboortejaar: 1882 |
|
Geboorteplaats: Ballycastle, County Antrim, België |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Castlesaunderson, County Cavan, Ierland, Verenigd Koninkrijk |
|
Beroep: Jachtopzichter |
|
Geloof: Church of Ireland |
Informatie legerdienst
|
Land: Verenigd Koninkrijk |
|
Strijdmacht: British Expeditionary Force |
|
Rang: Corporal |
|
Service nummer: 340 |
|
Dienstneming plaats: Belfast, County Antrim, Ierland, Verenigd Koninkrijk |
|
Eenheden: — Royal Irish Rifles, 13th Bn. (1st County Down) (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 16/08/1917 |
|
Plaats van overlijden: Somme - Wiesengut, Sint-Juliaan, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 35 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: VII Rij: G Graf: 16 |
Onderscheidingen en medailles 3
|
1914-15 Star Medaille |
|
British War Medal Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 5
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Plaats van tewerkstelling | ||
| #4 | Dienstneming plaats | ||
| #5 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
David John McAulay werd geboren rond 1882 in Ballycastle, een kleine kuststad op het meest noordoostelijke punt van Ierland, in de Ierse provincie Antrim. In maart 1901 meldde de 19-jarige zich aan bij de Royal Irish Fusiliers.
In november 1907 werd David opgeroepen als getuige in een zaak van huisvredebreuk. De familie McAulay woonde toen in Castlesaunderson bij Belturbet, in County Cavan, waar David werkte als jachtopziener en zijn vader als rentemeester op het landgoed van Captain Somerset Francis Saunderson, de High Sheriff of County Cavan. Diens vader was luitenant-kolonel bij de Royal Irish Fusiliers; hetzelfde regiment waarbij David enkele jaren eerder had gediend.
David getuigde tegen Patrick Fitzpatrick, die tijdens een jachtpartij een prooi achtervolgde en zich daarbij onbevoegd op het land van de familie Saunderson had begeven. Fitzpatrick werd veroordeeld tot zeven dagen cel en kreeg een boete van vijf shilling – het equivalent van een volle week boodschappen voor een bescheiden huishouden.
In 1912 ondertekende David de Ulster Covenant, een document waarmee hij zich uitsprak tegen Iers zelfbestuur.
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde David zich vrijwillig bij de British Expeditionary Force in Belfast. Als woonplaats gaf hij Belturbet in County Cavan op. Vanaf oktober 1915 diende hij aan het Westfront bij het 13th Battalion (1st County Down) van de Royal Irish Rifles, onderdeel van de 108th Brigade binnen de 36th (Ulster) Division.
Op 16 oktober 1917 nam de 36th (Ulster) Division stelling net ten zuiden van het dorp Sint-Juliaan. De divisie rukte op met twee brigades: de 109th Brigade op de linkerflank en de 108th Brigade op de rechterflank van het divisiefront. Rechts van hen bevond zich de 16th (Irish) Division. De bataljons van de 108th Brigade die aan de aanval deelnamen, waren het 9th Royal Irish Fusiliers en het 13th Royal Irish Rifles; het 12th Royal Irish Rifles stond in ondersteuning en het 11th Royal Irish Rifles bevond zich in reserve.
Om 4.45 uur begon de aanval. Het 13th Royal Irish Rifles rukte op achter een rollend artilleriebombardement, maar kon het tempo niet bijhouden door het moerassige terrein. Het slagveld was bezaaid met ondergelopen granaattrechters en overstroomde loopgraven. Bovenop die moeilijke omstandigheden kwamen de voorste linies onder zwaar mitrailleur- en geweervuur vanuit bunkers bij Somme Farm. De manschappen slaagden erin Somme te passeren, maar konden het niet innemen, waardoor de compagnieën zich genoodzaakt zagen zich in de buurt in te graven.
Ondersteuning en reserves werden naar voren gestuurd om de aanval te versterken, maar hun opmars werd zwaar gehinderd door mitrailleurvuur vanuit Gallipoli, Hindu Cottage en Aisne Farm aan de rechterzijde, en vanuit Pond Farm en opnieuw Hindu Cottage aan de linkerzijde. Een uur na het begin van de aanval trok het bataljon zich terug naar de oorspronkelijke stellingen. Daar werden de overlevenden verzameld, en met versterking van manschappen van het bataljonshoofdkwartier werd nog een poging ondernomen om Somme in te nemen — tevergeefs. De aanval werd snel uiteengeslagen door intens Duits kruisvuur, waarna de troepen zich opnieuw terugtrokken. De bataljons van de 108th Brigade raakten verspreid en vermengd langs hun oorspronkelijke linie. Officieren reorganiseerden de manschappen en begonnen de linie te versterken. De volgende dag werd de 108th Brigade afgelost door de 107th Brigade.
De aanval was een regelrechte ramp. De twee Ierse divisies boekten nauwelijks merkbare vooruitgang. Op 16 oktober werden er geen verdere aanvallen uitgevoerd door de 36th (Ulster) Division.
Corporal David John McAulay, 35 jaar oud, sneuvelde op 16 oktober 1917. Hij werd aanvankelijk begraven bij Somme. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot VII, Row G, Grave 16.
In november 1907 werd David opgeroepen als getuige in een zaak van huisvredebreuk. De familie McAulay woonde toen in Castlesaunderson bij Belturbet, in County Cavan, waar David werkte als jachtopziener en zijn vader als rentemeester op het landgoed van Captain Somerset Francis Saunderson, de High Sheriff of County Cavan. Diens vader was luitenant-kolonel bij de Royal Irish Fusiliers; hetzelfde regiment waarbij David enkele jaren eerder had gediend.
David getuigde tegen Patrick Fitzpatrick, die tijdens een jachtpartij een prooi achtervolgde en zich daarbij onbevoegd op het land van de familie Saunderson had begeven. Fitzpatrick werd veroordeeld tot zeven dagen cel en kreeg een boete van vijf shilling – het equivalent van een volle week boodschappen voor een bescheiden huishouden.
In 1912 ondertekende David de Ulster Covenant, een document waarmee hij zich uitsprak tegen Iers zelfbestuur.
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde David zich vrijwillig bij de British Expeditionary Force in Belfast. Als woonplaats gaf hij Belturbet in County Cavan op. Vanaf oktober 1915 diende hij aan het Westfront bij het 13th Battalion (1st County Down) van de Royal Irish Rifles, onderdeel van de 108th Brigade binnen de 36th (Ulster) Division.
Op 16 oktober 1917 nam de 36th (Ulster) Division stelling net ten zuiden van het dorp Sint-Juliaan. De divisie rukte op met twee brigades: de 109th Brigade op de linkerflank en de 108th Brigade op de rechterflank van het divisiefront. Rechts van hen bevond zich de 16th (Irish) Division. De bataljons van de 108th Brigade die aan de aanval deelnamen, waren het 9th Royal Irish Fusiliers en het 13th Royal Irish Rifles; het 12th Royal Irish Rifles stond in ondersteuning en het 11th Royal Irish Rifles bevond zich in reserve.
Om 4.45 uur begon de aanval. Het 13th Royal Irish Rifles rukte op achter een rollend artilleriebombardement, maar kon het tempo niet bijhouden door het moerassige terrein. Het slagveld was bezaaid met ondergelopen granaattrechters en overstroomde loopgraven. Bovenop die moeilijke omstandigheden kwamen de voorste linies onder zwaar mitrailleur- en geweervuur vanuit bunkers bij Somme Farm. De manschappen slaagden erin Somme te passeren, maar konden het niet innemen, waardoor de compagnieën zich genoodzaakt zagen zich in de buurt in te graven.
Ondersteuning en reserves werden naar voren gestuurd om de aanval te versterken, maar hun opmars werd zwaar gehinderd door mitrailleurvuur vanuit Gallipoli, Hindu Cottage en Aisne Farm aan de rechterzijde, en vanuit Pond Farm en opnieuw Hindu Cottage aan de linkerzijde. Een uur na het begin van de aanval trok het bataljon zich terug naar de oorspronkelijke stellingen. Daar werden de overlevenden verzameld, en met versterking van manschappen van het bataljonshoofdkwartier werd nog een poging ondernomen om Somme in te nemen — tevergeefs. De aanval werd snel uiteengeslagen door intens Duits kruisvuur, waarna de troepen zich opnieuw terugtrokken. De bataljons van de 108th Brigade raakten verspreid en vermengd langs hun oorspronkelijke linie. Officieren reorganiseerden de manschappen en begonnen de linie te versterken. De volgende dag werd de 108th Brigade afgelost door de 107th Brigade.
De aanval was een regelrechte ramp. De twee Ierse divisies boekten nauwelijks merkbare vooruitgang. Op 16 oktober werden er geen verdere aanvallen uitgevoerd door de 36th (Ulster) Division.
Corporal David John McAulay, 35 jaar oud, sneuvelde op 16 oktober 1917. Hij werd aanvankelijk begraven bij Somme. Na de oorlog kreeg hij zijn definitieve rustplaats op Tyne Cot Cemetery, Plot VII, Row G, Grave 16.
Bronnen 7
|
13 Battalion Royal Irish Rifles (The National Archives, KEW (TNA), WO 95/2506/3). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
British Army World War I Medal Rolls Index Cards, 1914-1920 (The National Archives, Kew (TNA), WO372). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
Census of Ireland 1901/1911 (The National Archives of Ireland, Dublin (NAI)). https://www.nationalarchives.ie/ Gebruikte bronnen |
|
Ireland, Petty Session Court Registers, 1818-1919 (The National Archives of Ireland, Dublin (NAI), CSPS 1/2540-2579). https://www.nationalarchives.ie/ Gebruikte bronnen |
|
McCarthy Chris., Passchendaele. The Day-by-Day Account (London, Unicorn Publishing Group, 2018) 52-55. Gebruikte bronnen |
|
Ulster Covenant 1912 (Public Records Office of Northern Ireland, Belfast (PRONI)). https://www.nidirect.gov.uk/campaigns/public-record-office-northern-ireland-proni Gebruikte bronnen |
|
War Office: Soldiers' Documents (The National Archives, Kew (TNA) WO363). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 3
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/463709 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=2d724d81-d9db-4861-867d-f774e0f165d8 |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/2743905 |