Lt
Maurice Victor Donald Battenberg

Informatie over geboorte

Geboortedatum:
03/10/1891
Geboorteplaats:
Balmoral Castle, Aberdeenshire, Schotland, Verenigd Koninkrijk

Algemene Informatie

Laatst gekende woonplaats:
Kensington Palace, Kensington, Middlesex, Engeland, Verenigd Koninkrijk
Beroep:
Beroepsmilitair
Geloof:
Church of England

Informatie legerdienst

Land:
Engeland, Verenigd Koninkrijk
Strijdmacht:
British Expeditionary Force
Rang:
Luitenant
Dienstneming datum:
04/03/1911
Eenheden:
 —  King's Royal Rifle Corps, 1st Bn.  (Laatst gekende eenheid)

Informatie over overlijden

Datum van overlijden:
27/10/1914
Plaats van overlijden:
Broodseinde, Zonnebeke, België
Doodsoorzaak:
Killed in action (K.I.A.)
Leeftijd:
23

Begraafplaats

Ypres Town Cemetery Extension
Plot: I
Rij: B
Graf: Onbekend

Onderscheidingen en medailles 3

1914 Star
Medaille
British War Medal
Medaille
Victory Medal
Medaille

Points of interest 7

#1 Geboorteplaats
#2 Laatst gekende woonplaats
#3 Onderwijs
#4 Onderwijs
#5 Plaats van overlijden (bij benadering)
#6 Herdenkingsplaats
#7 Herdenkingsplaats

Mijn verhaal

Maurits Victor Donald Battenberg werd in de herfst van 1891 geboren op Balmoral Castle in Aberdeenshire, Schotland. Hij was de zoon van de Duitse edelman Heinrich Moritz van het huis Battenberg en van prinses Beatrice, het jongste kind van koningin Victoria en prins Albert. Zijn vader overleed begin 1896 aan ziekte aan boord van een oorlogsbodem voor de kust van West-Afrika, waar hij zou deelnemen aan een militaire expeditie tegen het Ashanti-rijk. Zijn afkomst opende deuren. Als adolescent genoot Maurits een bevoorrechte opleiding aan het gerenommeerde Wellington College in Berkshire. Reeds daar toonde hij belangstelling voor het militaire leven. Hij blonk uit in schietoefeningen en werd Lance Corporal in het University Officers’ Training Corps. Net als zijn vader, die zowel in het Pruisische als later in het Britse leger had gediend, koos Maurits uiteindelijk voor een militaire loopbaan. Na zijn opleiding aan het Royal Military College in Sandhurst ontving hij begin maart 1911 zijn aanstelling als second lieutenant bij het 1st Battalion King’s Royal Rifle Corps in Gosport, nabij Portsmouth. Begin 1914 werd hij bevorderd tot lieutenant.

Enkele dagen na het uitbreken van de oorlog vertrok hij met zijn bataljon naar het vasteland. Het 1st Battalion King’s Royal Rifle Corps, onderdeel van de 6th Brigade en de 2nd Division, maakte deel uit van het Britse I Corps onder bevel van lieutenant general Douglas Haig. Na inzet aan de Marne en de Aisne werd Haigs korps naar Vlaanderen gestuurd. Op 19 oktober 1914 kreeg I Corps het bevel per trein naar Ieper te trekken en van de stad op te rukken richting Torhout, met het oogmerk Brugge in te nemen en de Duitsers naar Gent terug te drijven.

De komst van Haigs korps bij Ieper kwam geen moment te vroeg. Niet om een tegenaanval in te zetten, maar om de zwaar gehavende Britse eenheden te ontzetten en een Duitse doorbraak te verhinderen. De 7th Division, die al op de hoogten ten oosten van Ieper tussen de Duitse hoofdmacht en de stad stond, had zware verliezen geleden en stond onder enorme druk. De Duitse aanvallen volgden elkaar onophoudelijk op , zozeer dat zelfs een terugtrekking uit Ieper werd overwogen. De overmacht was groot, de reserves gering en de situatie kritiek. Om de linie te stabiliseren stuurde de Franse bevelhebber Foch versterkingen. Franse troepen namen een deel van het front over, waardoor de Britten hun lijn konden inkorten. De Ieperboog, met Zonnebeke als scharnierpunt, werd aldus in twee sectoren verdeeld. In het noorden lagen de Fransen van Zonnebeke via Langemark tot aan het kanaal bij Bikschote; in het zuiden hielden de Britten stand van Zonnebeke tot Reutel en Kruiseke, waar de linie afboog richting Zandvoorde en het kanaal Ieper-Komen.

Op 24 en 25 oktober heroverden Franse troepen Zonnebeke en Broodseinde op de strategische hoogten ten oosten van Ieper, die de Britten onder Duitse druk hadden moeten prijsgeven. Rechts van hen bevond zich de Britse 2nd Division. Een poging om het succes uit te buiten en verder op te rukken naar Poelkapelle, Moorslede en Passendale liep echter vast. De Duitsers hadden zich inmiddels ingegraven. De Frans-Britse aanvallen strandden en talloze doden bleven voor de linies liggen. Velen zouden nooit een gekend graf krijgen.

Ook op 26 en 27 oktober werd nauwelijks terrein gewonnen. Slechts enkele huizen en stukken loopgraaf wisselden van eigenaar. Rechts van de Franse sector probeerde de Britse 2nd Division op 27 oktober de Keiberg te bestormen. Tijdens deze aanval sneuvelde luitenant Maurits van Battenberg van het 1st Battalion King’s Royal Rifle Corps. De jonge edelman, kleinzoon van koningin Victoria, werd op slag gedood door een granaat toen hij zich op de heuvelkam duidelijk aftekende voor zijn compagnie.

Op 25 oktober, terwijl de Fransen Broodseinde innamen, begaf Maurits’ bataljon zich met het 2nd Bn, the South Staffordshire naar het front aan de beruchte heuvelrug. Ze bivakkeerden in een hoeve aan de rand van het Polygoonbos. De volgende dag, 26 oktober 1914, moest het bataljon een aanval ondersteunen van de 1st Battalion, the Irish Guards, en het 1st Battalion, the King’s (Liverpool Regiment), die op de heuvelrug ten zuiden van het kruispunt bij Broodseinde lagen. Zonder de posities van deze eenheden goed te kennen, verlieten the Rifles bij het eerste licht, op goed geluk de beschutting van het Polygoonbos. Vrijwel meteen kwamen de eerste twee compagnieën onder vuur liggen, waarschijnlijk vanuit huizen bij Beselare, dat al in Duitse handen was. Een overijverige second lieutenant rukte met zijn peloton over open terrein op, in de veronderstelling dat de Duitsers zich terugtrokken. De aanval reikte bijna tot aan een Duitse loopgraaf, voordat allen werden neergemaaid. Algauw zocht het bataljon dekking in het Polygoonbos, de compagnieën, die zich al in het op veld bevonden, betrokken verlaten Franse loopgraven of groeven haastig sleuven in de bieten- en rapenvelden. Van een gecoördineerde tegenaanval met de Irish Guards kwam niets terecht.

Nieuwe dag, nieuwe poging. Na een vroeg ontbijt bij een hoeve tussen Zonnebeke en het Polygoonbos kregen de compagnieën bevel de frontlijn te bezetten. De frontbreedte bedroeg ongeveer 730 meter, van het kruispunt van Broodseinde tot aan de rand van de Molenaarelsthoek. Links van the Rifles zat het 135e régiment d'infanterie, dat optrok richting Droogenbroodhoek, op de rechterflank lagen de South Staffords. Vanaf de heuvelkam daalde het terrein geleidelijk naar de Heulebeek, om daarna opnieuw steil omhoog te lopen richting de Keiberg. Slechts enkele bosjes kreupelhout, heggen en verspreide hoeves boden dekking in dit verder open landschap, doorsneden met ogenschijnlijk verlaten Duitse en Franse loopgraven. Het eerste stuk van zo’n 500 meter moest volledig over open veld worden afgelegd, zichtbaar voor de Duitse linies.

Vanaf het moment de formaties van het 1st Battalion King's Royal Rifle Corps zich duidelijk aftekenden op de heuvelkam, brak de hel los. Howitzergranaten hakten in op de heuvelkam, shrapnel granaten ontploften in kleine wolkjes boven de formaties, terwijl geweervuur knetterend losbarstte vanuit de stellingen van de Oostfriezen en Hannoveranen van de 38. Landwehr-Infanterie-Brigade.

Lieutenant Maurits Battenberg, net 23 jaar oud, werd vrijwel onmiddellijk samen met Captain Walter Wells door een granaat gedood. Wells heeft geen gekend graf. Maurits werd kort na zijn dood begraven op de stedelijke begraafplaats van Ieper, waar hij nog steeds rust. De jonge edelman was in de voetsporen van zijn vader getreden. Een vader die hij nooit had gekend; en net als zijn vader zou hij voor zijn tijd overlijden tijdens een militaire campagne.

In de kathedraal van Winchester, in Hampshire, hangt een gedenksteen voor Maurits en zijn oudere broer Leopold, die in 1922 op 32-jarige leeftijd overleed tijdens een chirurgische operatie. Beide broers dienden in het King’s Royal Rifle Corps, dat in Winchester was gestationeerd.

In oktober 2020, 106 jaar na Maurits’ dood, werd aan Broodseinde, vlak bij de plaats waar de jonge prins om het leven kwam, een blauwe gedenkplaat ingehuldigd.

Bestanden 2

Bronnen 3

1 Battalion King's Royal Rifle Corps (The National Archives, Kew (TNA), WO 95/1358/3).
https://www.nationalarchives.gov.uk/
Gebruikte bronnen
Byron R. The King's Royal Rifle Corps chronicle (Winchester, Warren and son, 1915) pg. 126-130.
Gebruikte bronnen
De Ruvigny's roll of honour 1914-18 : a biographical record of members of His Majesty's naval and military forces who fell in the Great War 1914-1918 (Uckfield: Naval & Military Press, 2010) vol.1, p. 24.
Gebruikte bronnen

Meer informatie 4