L/Cpl
Ernest Seaman
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 16/08/1893 |
|
Geboorteplaats: Heigham, Norwich, Norfolk, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Felixstowe, Suffolk, Engeland, Verenigd Koninkrijk |
|
Beroep: Butler - Page |
Informatie legerdienst
|
Land: Engeland, Verenigd Koninkrijk |
|
Strijdmacht: British Expeditionary Force |
|
Rang: Lance Corporal |
|
Service nummer: 42364 |
|
Dienstneming plaats: Le Havre, Seine-Maritime, Frankrijk |
|
Eenheden: — Royal Inniskilling Fusiliers, 2nd Bn. (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 29/09/1918 |
|
Plaats van overlijden: Terhand, Geluwe, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 25 |
Gedenkplaats
|
Tyne Cot Memorial Paneel: 70 |
Onderscheidingen en medailles 5
|
1914-15 Star Medaille |
|
British War Medal Medaille |
|
Military Medal Medaille |
|
Victoria Cross Medaille |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 5
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Dienstneming plaats | ||
| #4 | Plaats van het medaillewinnend evenement | ||
| #5 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Ernest Seaman werd in augustus 1893 geboren in Heigham, bij Norwich, als zoon van Henry William en Sarah Seaman. Voor de oorlog woonde hij in de badplaats Felixstowe, waar hij als page werkte in een hotel.
Tijdens de oorlog reisde Ernest naar Le Havre om zich aan te sluiten bij de British Expeditionary Force. Omdat hij niet volledig geschikt werd bevonden voor frontdienst, kwam hij eind 1915 terecht bij het ondersteunende Army Service Corps, waar hij in de kantines werkte. De zware verliezen aan het front zorgden er echter voor dat hij alsnog kon doorstromen naar de infanterie. Hij werd ingedeeld bij de Royal Inniskilling Fusiliers, 2nd Battalion. In de Ieperboog ontving hij de Military Medal omdat hij, onder vuur, gewonde kameraden had verzorgd.
In 1918 maakte het 2nd Battalion deel uit van de 109th (Inniskilling) Brigade, 36th (Ulster) Division, die op 28 september deelnam aan het geallieerde Eindoffensief. Belgische, Britse en Franse troepen trachtten de Duitse stellingen op de hoogtes ten oosten van Ieper te doorbreken, richting Roeselare en Menen.
Na een kille, regenachtige nacht werd het offensief op 29 september hervat. De 109th (Inniskilling) Brigade rukte op vanuit Beselare met als doel een lijn te bereiken van Dadizele in het noorden tot de Molenhoek in het zuiden. Het 2nd Battalion rukte rond 09.30 uur op de rechterflank op richting het hoger gelegen Terhand, waar de Duitse Flandern II-Stellung liep. Het 9th Battalion ging links op richting Vijfwegen, terwijl het 1st Battalion ondersteuning bood. Het pas veroverde landschap lag omgewoeld; wegen waren nauwelijks bruikbaar en stonden onder vrijwel constant Duits vuur. De artillerie en logistiek konden door het kapotgeschoten terrein moeilijk volgen, waardoor de artilleriesteun beperkt bleef.
De aanval zelf ging over min of meer ongeschonden terrein, een verademing na de zee van modder en granaattrechters achter hen. In het heggenlandschap werd de opmars echter opgehouden door goed verborgen Duitse machinegeweren. Na aanvankelijk goede vooruitgang werd “A” Company, waartoe Ernest behoorde, tegengehouden door deze machinegeweerposten. Ernest, die een Lewis-gun bediende, viel de stelling eigenhandig aan. Hij schakelde twee machinegeweren uit, nam twaalf gevangenen en doodde een officier en twee soldaten. Later die dag bestormde hij opnieuw een mitrailleurpost, waardoor zijn compagnie verder kon oprukken. Kort daarna werd hij gedood.
De 25-jarige Ernest Seaman sneuvelde op 29 september 1918 tijdens de aanval op Terhand. Hij werd postuum onderscheiden met het Victoria Cross. Tot op heden heeft hij geen gekend graf en wordt hij herdacht op het Tyne Cot Memorial.
Tijdens de oorlog reisde Ernest naar Le Havre om zich aan te sluiten bij de British Expeditionary Force. Omdat hij niet volledig geschikt werd bevonden voor frontdienst, kwam hij eind 1915 terecht bij het ondersteunende Army Service Corps, waar hij in de kantines werkte. De zware verliezen aan het front zorgden er echter voor dat hij alsnog kon doorstromen naar de infanterie. Hij werd ingedeeld bij de Royal Inniskilling Fusiliers, 2nd Battalion. In de Ieperboog ontving hij de Military Medal omdat hij, onder vuur, gewonde kameraden had verzorgd.
In 1918 maakte het 2nd Battalion deel uit van de 109th (Inniskilling) Brigade, 36th (Ulster) Division, die op 28 september deelnam aan het geallieerde Eindoffensief. Belgische, Britse en Franse troepen trachtten de Duitse stellingen op de hoogtes ten oosten van Ieper te doorbreken, richting Roeselare en Menen.
Na een kille, regenachtige nacht werd het offensief op 29 september hervat. De 109th (Inniskilling) Brigade rukte op vanuit Beselare met als doel een lijn te bereiken van Dadizele in het noorden tot de Molenhoek in het zuiden. Het 2nd Battalion rukte rond 09.30 uur op de rechterflank op richting het hoger gelegen Terhand, waar de Duitse Flandern II-Stellung liep. Het 9th Battalion ging links op richting Vijfwegen, terwijl het 1st Battalion ondersteuning bood. Het pas veroverde landschap lag omgewoeld; wegen waren nauwelijks bruikbaar en stonden onder vrijwel constant Duits vuur. De artillerie en logistiek konden door het kapotgeschoten terrein moeilijk volgen, waardoor de artilleriesteun beperkt bleef.
De aanval zelf ging over min of meer ongeschonden terrein, een verademing na de zee van modder en granaattrechters achter hen. In het heggenlandschap werd de opmars echter opgehouden door goed verborgen Duitse machinegeweren. Na aanvankelijk goede vooruitgang werd “A” Company, waartoe Ernest behoorde, tegengehouden door deze machinegeweerposten. Ernest, die een Lewis-gun bediende, viel de stelling eigenhandig aan. Hij schakelde twee machinegeweren uit, nam twaalf gevangenen en doodde een officier en twee soldaten. Later die dag bestormde hij opnieuw een mitrailleurpost, waardoor zijn compagnie verder kon oprukken. Kort daarna werd hij gedood.
De 25-jarige Ernest Seaman sneuvelde op 29 september 1918 tijdens de aanval op Terhand. Hij werd postuum onderscheiden met het Victoria Cross. Tot op heden heeft hij geen gekend graf en wordt hij herdacht op het Tyne Cot Memorial.
Bronnen 7
|
2 Battalion Royal Inniskilling Fusiliers (The National Archives, KEW (TNA), WO 95/2510/2). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
British Army World War I Medal Rolls Index Cards, 1914-1920 (The National Archives, Kew (TNA), WO 372). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
Census Returns of England and Wales, 1911 (The National Archives, Kew (TNA), RG14). https://www.nationalarchives.gov.uk/ Gebruikte bronnen |
|
Fox F., The Royal Inniskilling Fusiliers in the World War ( Londen: Constable & Company, 1928) pg. 148-153. Gebruikte bronnen |
|
Gliddon, G. The Final Days 1918. VCs of the First World War (Stroud, History Press, 2014) pg. 65-67. Gebruikte bronnen |
|
UK, Soldiers Died in the Great War, 1914-1919, His Majesty's Stationery Office (HMSO), 1921. https://www.ancestry.com/ Gebruikte bronnen |
|
UK, Victoria Cross Medals, 1857-2007. https://www.ancestry.com/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/828966 |
|
A Street Near You https://astreetnearyou.org/person/828966/ |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=206f4381-7dc0-47b2-b703-9460c02dd0f7 |
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/3948114 |