Capt
Clarence Smith Jeffries
Informatie over geboorte
|
Geboortedatum: 26/10/1894 |
|
Geboorteplaats: Wallsend, Newcastle, New South Wales, Australië |
Algemene Informatie
|
Laatst gekende woonplaats: Abermain, New South Wales, Australië |
|
Beroep: Landmeter |
|
Geloof: Church of England |
Informatie legerdienst
|
Land: Australië |
|
Strijdmacht: Australian Imperial Force |
|
Rang: Captain |
|
Dienstneming datum: 01/02/1916 |
|
Eenheden: — Australian Infantry, 34th Bn. (Laatst gekende eenheid) |
Informatie over overlijden
|
Datum van overlijden: 12/10/1917 |
|
Plaats van overlijden: Augustus Wood, Passendale, België |
|
Doodsoorzaak: Killed in action (K.I.A.) |
|
Leeftijd: 22 |
Begraafplaats
|
Tyne Cot Cemetery Plot: XL. Rij: E. Graf: 1 |
Onderscheidingen en medailles 3
|
British War Medal Medaille |
|
Victoria Cross Medaille — 18/12/1917 |
|
Victory Medal Medaille |
Points of interest 3
| #1 | Geboorteplaats | ||
| #2 | Laatst gekende woonplaats | ||
| #3 | Plaats van overlijden (bij benadering) |
Mijn verhaal
Clarence Smith Jeffries werd geboren op 26 oktober 1894 in Wallsend, New South Wales, Australië. Hij was de zoon van Joshua Jeffries en Barbara Steel. Op 1 juli 1912 nam hij dienst in het 14th (Hunter River) Infantry Regiment. Voor zijn inscheping naar Europa was hij instructeur voor oorlogsvrijwilligers in Australië. Op 1 februari 1916 werd de toen 22-jarige Jeffries ingedeeld in het het 34th Australian Infantry Battalion, 9th Brigade, 3rd Division, First Australian Imperial Force en vervolgens overgescheept naar het front.
Clarence sneuvelde op 12 oktober 1917 tijdens de Eerste Slag bij Passendale, die deel uitmaakte van de Slag bij Passendale. Op 11 oktober marcheerde het 34th Australian Infantry Battalion richting Zonnebeke Station via de Ieper-Roeselarespoorweg. De tocht verliep moeizaam door vijandig artillerievuur en de kapotgeschoten ondergrond. In de nacht van 11 op 12 oktober verzamelden de manschappen zich in hun startposities, die zich uitstrekten van Dabble Avenue tot net ten zuidwesten van Augustus Wood. Hun doel op 12 oktober was het innemen van de eerste doelstellingslinie, die liep van Deck Wood tot de Ieper-Roeselarespoorweg, net ten zuiden van Vienna Cottages. Zodra deze was ingenomen, zouden het 35th en 36th Australian Infantry Battalion hen passeren en oprukken richting respectievelijk de tweede doelstellingslinie, die liep van de huidige Passendalestraat tot de Ieper-Roeselarespoorweg, en de derde doelstellingslinie, die liep van Exert Farm tot Echo Cops.
Tussen de aankomst bij de startposities en het moment van de aanval werden de manschappen onderworpen aan hevig artillerievuur. De aanval begon om 5:25 uur, gelijktijdig met een zwakke geallieerde barrage. Door de modderzee ging de aanval moeizaam vooruit. Sommige manschappen verdwenen volledig in de modder, terwijl anderen eruit moesten worden geholpen. De eerste tegenstand werd ondervonden vanuit bunkers bij Augustus Wood en Heine House. Kapitein Jeffries verzamelde enkele manschappen en met granaten slaagden ze erin de twee bunkers uit te schakelen. Er werden vier machinegeweren buit gemaakt en 35 gevangenen. Tijdens de opmars naar de eerste doelstellingslinie werden de manschappen onderworpen aan hevig machinegeweervuur vanuit Belle Vue, Meetcheele, Tiber, Tiber Copse en vanuit de spoorwegbedding. De positie in de spoorwegbedding werd het zwijgen opgelegd toen de eerste doelstellingslinie werd bereikt. Deze linie werd daarna meteen geconsolideerd. Na het bereiken van de eerste doelstellingslinie organiseerde kapitein Jeffries enkele manschappen om een machinegeweerpositie op 180 meter van de spoorwegbedding uit te schakelen. Door het hoge aantal slachtoffers bij het 35th en 36th Battalion werd besloten om mee aan te vallen richting de tweede doelstellingslinie. Deze werd uiteindelijk bereikt en geconsolideerd na het uitschakelen van posities in Tiber Copse. Door de intensiteit van het vijandige artillerie- en machinegeweervuur werd er echter rond 15:00 uur besloten om zich terug te trekken naar posities lopende van Delve Crossing tot Waterfields. Zowel de eerste als tweede doelstellingslinie werden weer aan de vijand overgelaten. Op 19 oktober werd het bataljon uit de frontlinie gehaald en naar Ieper gestuurd. Van de 528 manschappen die op 11 oktober richting de frontlinie trokken, keerden er 262 terug.
Clarence sneuvelde op 23-jarige leeftijd tijdens het trachten uit te schakelen van de machinegeweerpositie nabij de spoorwegbedding. Zijn manschappen rukten alsnog op en slaagden in hun doel. Als gevolg hiervan werden 40 gevangenen genomen en werden er twee machinegeweren buitgemaakt. Voor zijn twee acties tijdens de aanval werd hij na zijn dood de Victoria Cross toegekend. Zijn lichaam werd na de oorlog bij Augustus Wood gevonden en herbegraven op Tyne Cot Cemetery perceel XL, rij E, graf 1.
Clarence sneuvelde op 12 oktober 1917 tijdens de Eerste Slag bij Passendale, die deel uitmaakte van de Slag bij Passendale. Op 11 oktober marcheerde het 34th Australian Infantry Battalion richting Zonnebeke Station via de Ieper-Roeselarespoorweg. De tocht verliep moeizaam door vijandig artillerievuur en de kapotgeschoten ondergrond. In de nacht van 11 op 12 oktober verzamelden de manschappen zich in hun startposities, die zich uitstrekten van Dabble Avenue tot net ten zuidwesten van Augustus Wood. Hun doel op 12 oktober was het innemen van de eerste doelstellingslinie, die liep van Deck Wood tot de Ieper-Roeselarespoorweg, net ten zuiden van Vienna Cottages. Zodra deze was ingenomen, zouden het 35th en 36th Australian Infantry Battalion hen passeren en oprukken richting respectievelijk de tweede doelstellingslinie, die liep van de huidige Passendalestraat tot de Ieper-Roeselarespoorweg, en de derde doelstellingslinie, die liep van Exert Farm tot Echo Cops.
Tussen de aankomst bij de startposities en het moment van de aanval werden de manschappen onderworpen aan hevig artillerievuur. De aanval begon om 5:25 uur, gelijktijdig met een zwakke geallieerde barrage. Door de modderzee ging de aanval moeizaam vooruit. Sommige manschappen verdwenen volledig in de modder, terwijl anderen eruit moesten worden geholpen. De eerste tegenstand werd ondervonden vanuit bunkers bij Augustus Wood en Heine House. Kapitein Jeffries verzamelde enkele manschappen en met granaten slaagden ze erin de twee bunkers uit te schakelen. Er werden vier machinegeweren buit gemaakt en 35 gevangenen. Tijdens de opmars naar de eerste doelstellingslinie werden de manschappen onderworpen aan hevig machinegeweervuur vanuit Belle Vue, Meetcheele, Tiber, Tiber Copse en vanuit de spoorwegbedding. De positie in de spoorwegbedding werd het zwijgen opgelegd toen de eerste doelstellingslinie werd bereikt. Deze linie werd daarna meteen geconsolideerd. Na het bereiken van de eerste doelstellingslinie organiseerde kapitein Jeffries enkele manschappen om een machinegeweerpositie op 180 meter van de spoorwegbedding uit te schakelen. Door het hoge aantal slachtoffers bij het 35th en 36th Battalion werd besloten om mee aan te vallen richting de tweede doelstellingslinie. Deze werd uiteindelijk bereikt en geconsolideerd na het uitschakelen van posities in Tiber Copse. Door de intensiteit van het vijandige artillerie- en machinegeweervuur werd er echter rond 15:00 uur besloten om zich terug te trekken naar posities lopende van Delve Crossing tot Waterfields. Zowel de eerste als tweede doelstellingslinie werden weer aan de vijand overgelaten. Op 19 oktober werd het bataljon uit de frontlinie gehaald en naar Ieper gestuurd. Van de 528 manschappen die op 11 oktober richting de frontlinie trokken, keerden er 262 terug.
Clarence sneuvelde op 23-jarige leeftijd tijdens het trachten uit te schakelen van de machinegeweerpositie nabij de spoorwegbedding. Zijn manschappen rukten alsnog op en slaagden in hun doel. Als gevolg hiervan werden 40 gevangenen genomen en werden er twee machinegeweren buitgemaakt. Voor zijn twee acties tijdens de aanval werd hij na zijn dood de Victoria Cross toegekend. Zijn lichaam werd na de oorlog bij Augustus Wood gevonden en herbegraven op Tyne Cot Cemetery perceel XL, rij E, graf 1.
Bronnen 6
|
34th Australian Infantry Battalion, Australian War Memorial, Campbell (AWM), AWM4 23/51/12). https://www.awm.gov.au/collection/C1338583 Gebruikte bronnen |
|
E. Beaver and J.W.G. Meldrum, A Short History of the 34th Battalion, AIF, (Carlton, Illawarra Press, 1957), pg. 22-24 Gebruikte bronnen |
|
First Australian Imperial Force Personnel Dossiers, 1914-1920, (National Archives of Australia, Canberra (NAA), B2455, JEFFRIES C S). https://recordsearch.naa.gov.au/SearchNRetrieve/Interface/SearchScreens/NameSearch.aspx. Gebruikte bronnen |
|
McCarthy C., The Third Ypres Passchendaele. The Day-by-Day Account, (London, Arms & Armour Press, 1995), pg. 113-115. Gebruikte bronnen |
|
Snelling S., VC's of the First World War, Passchendaele 1917, (London, Wrens Park Publishing, 2000, 1998), pg. 227-230. Gebruikte bronnen |
|
Unit embarkation nominal rolls, 1914-18 War (Australian War Memorial, Campbell (AWM), AWM8 23/51/1). https://www.awm.gov.au/ Gebruikte bronnen |
Meer informatie 4
|
Lives of the First World War (Imperial War Museum) https://livesofthefirstworldwar.iwm.org.uk/lifestory/7619081 |
|
Commonwealth War Graves Commission Database https://www.cwgc.org/find-records/find-war-dead/casualty-details/463369 |
|
The AIF Project (UNSW Canberra) https://aif.adfa.edu.au/showPerson?pid=153075 |
|
Namenlijst (In Flanders Fields Museum) https://namenlijst.org/publicsearch/#/person/_id=01947587-eacd-4d30-8ca3-0ae95f8eab14 |